19-07-07

Sweeney Todd op YouTube (1)

Leve YouTube! Je kunt er grote stukken van Sweeney Todd downloaden, zowel van de versie met George Hearn en Angela Lansbury (1982), de concertuitvoering met George Hearn en Patti Lupone (2001) als van de revival met Michael Cerveris en Patti Lupone (2005).

 

Voor conversie naar MP3 ga je naar vixy.

 

In afwachting tot de bespreking (en om je niet te doen zoeken op YouTube): hier zijn een reeks fragmenten van de versie met George Hearn en Angela Lansbury van 1982.

 

 

deel 1

 

deel 2

 

deel 3

 

deel 4

 

deel 5

15-05-07

Broadway, the Golden Age, by the legends who were there.

Een absolute aanrader voor zowel musical- als theaterliefhebbers is: ‘Broadway, the Golden Age, by the legends who were there’, een unieke documentaire waarin een honderdtal oude sterren terugblikken op hun theatercarrière. Schrijver, regisseur, cinematograaf, producent, geluidsman… is een en dezelfde man: Rick McKay. In zijn kleine appartement in Manhattan interviewde hij grote theaterlegendes zoals Gwen Verdon, Carol Channing, Fay Wray… Andere zocht hij thuis op. Het resultaat is niet alleen een ontroerend, maar ook een bijzonder leerrijk document dat waardevolle informatie nog net heeft kunnen vastpinnen voor het te laat was. Voor veel van de sterren was het immers hun laatste interview: Maureen Stapleton, Uta Hagen, Adolph Green, Fay Wray, Kim Hunter... Voor anderen kwam McKay te laat. Kim Stanley stierf twee weken voor haar interview.

 

30th_alPict

Cartoon van Al Hirschfeld

 

McKay heeft zes jaar aan zijn document gewerkt en het is eraan te zien. Elk interview is doorspekt met uniek beeldmateriaal dat het gesprek ondersteunt. Foto’s en films uit privé-collecties, uit de catacomben van film- en tv-studio’s (zoals de screentest van Laurette Taylor), uit verloren gewaande opnames van theaterstukken. De documentaire is ook een ode aan de derde leeftijd. “Op het punt van je leven dat je het meeste weet, zijn mensen niet langer geïnteresseerd,” zegt McKay terecht. Zijn documentaire is er het beste bewijs van. Met passie spreken de bejaarden over hun liefde voor het theater, over de levende band met het publiek, over de strijd die ze hebben gevoerd. De vele tientallen uren gesprekken zijn getrimd en in elkaar geweven tot een sterk en strak verhaal dat overloopt van passie, emotie en humor.

 

image_page1

Rick McKay

 

McKay groeide op in Indiana en arriveerde begin jaren 80 in New York. Hij trof er een Broadway aan dat niets meer te maken had met wat hij de “Golden Age” noemt, de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en 1970. Veel talentvolle artiesten belandden tijdens de heksenjacht van McCarthy op de zwarte lijst. Ze ontvluchtten Hollywood en probeerden aan de kost te komen in New York. Sommigen op het toneel, anderen in acteerscholen zoals Uta Hagen, Stella Adler, Lee Strasberg, Sandy Meisner. Nooit eerder kende Broadway een dergelijke concentratie aan talent. Nooit heerste er onder de artiesten dezelfde camaraderie.

 
broadway_posterdvd_sm

In het begin van de documentaire vertellen de artiesten over hun eerste theaterervaring. Eva Maria Saint die als kind bedwelmd geraakte door een vleugje parfum die van het toneel haar richting uitwaaide. En hoe ze als toneelspeelster altijd net iets teveel parfum gebruikte in de hoop op iemand hetzelfde effect te hebben. Of Hal Linder die een zweetdruppel van James Earl Jones opving. Hoe Stephen Sondheim in tranen uitbarstte bij de eerste voorstelling van Carousel.

Bijzonder aangrijpend is het verhaal van Julie Harris die bijna weer begint te huilen als ze vertelt over de eerste keer dat ze Ethel Waters zag in ‘The Member of the Wedding.’ Hoe de zwarte actrice haar armen uitstrekt naar haar blanke dochter die niet weet dat zij haar moeder is. En hoe ze later zelf naast Ethel Waters de dochter speelde in de gelijknamige film…

 

harris_sm

Julie Harris

 

In het hoofdstuk ‘The Journey Begins’ herinneren Angela Lansbury, Carol Burnett, Farley Granger en anderen zich hun eerste kennismaking met New York. De kleuren van Times Square, het beroemde kruispunt dat ze enkel in zwartwit kenden van de film. Bijzonder aangrijpend is het verhaal van Carol Burnett en haar beginjaren in New York. Toen ze aankwam in het Alfonquin Hotel en hoorde dat ze er 9 dollar per nacht moest betalen, barstte ze in snikken uit. De huur van haar ouderlijk huis in Texas was 30 dollar per maand, of één dollar per dag...

 

Nadien verhuisde ze naar The Rehersal Club waar ze een kamer deelde met drie andere beginnende actrices. Samen kochten ze in Bloomingdale een jurk voor 20 dollar, duur in die tijd. Telkens iemand ging solliciteren, mocht ze ‘the dress’ aantrekken. Maar ze moest er dan wel voor zorgen dat de jurk gewassen en gestreken terug in de kast belandde voor de volgende sollicitante.

 

Burnett_Car66621597_150x200

Carol Burnett

 

Het is vreemd dergelijke beroemdheden te horen praten over hoe arm ze toen wel waren. Barbara Cook verdiende 40 dollar per week en betaalde 30 dollar huur. Maar ze was vastberaden om het waar te maken op Broadway: “De gedachte om terug naar huis te gaan, is nooit in mijn hoofd opgekomen. Nooit!” Of Shirley McLain die stiekem limonade maakte met heet water, citroen en suiker die gratis ter beschikking lagen in cafés en eethuizen. Maar ondanks hun armoede, zaten ze elke dag in het theater. Een zitje op het tweede balkon kostte amper 45 cent, een staande plaats 25 cent. Of ze deden aan ‘second acting”. Na de pauze wurmden ze zich samen met de massa het theater binnen, een opgevouwen oude Playbill in de hand, om gratis het tweede deel bij te wonen.

 

5646

Rick McKay en Shirley McLain

 

De documentaire zoomt ook in op enkele stand-ins die het tot grote sterren schopten. Velen kennen het verhaal van Shirley McLain die hals over kop Carol Haney moest vervangen in The Pajama Game. Maar Gretchen Wyler steelt de show als ze uitlegt hoe ze de hoofdrol bemachtigde in Silk Stockings. Voor dat verhaal alleen is de film het bekijken waard.

 

281x205_Gretchen_Wyler_Genesis_Awards_06

Gretchen Wyler

Ook interessant is het parcours dat een show aflegde alvorens het de planken van Broadway bereikte. Tijdens de ‘try-outs’ in de provincie werden nummers geschrapt, andere bijgeschreven, spelers vervangen… Zo schreef Jerry Herman voor Hello Dolly ‘Before the Parade Passes By’ in een hotel in Chicago tijdens een hevige sneeuwstorm. Cole Porter schreef de eerste acte van Kiss me Kate op de trein van New York naar Boston.

 

film_broadwaygoldenage

Rick McKay met Carol Channing, de enige echte Dolly

 

Iemand die zonder de documentaire van McKay waarschijnlijk volledig in de vergetelheid zou zijn beland, is de actrice Laurette Taylor. Bijna alle geïnterviewden geraken in trance als ze terugblikken op de prestaties van Laurette Taylor op het toneel en zoeken koortsachtig naar de juiste woorden om hun bewondering uit te drukken. Veel verder dan "She was something..." geraken ze niet. Laurette Taylor speelde zo natuurlijk dat het wel leek alsof ze van de straat was geplukt. Juist door die eenvoud kreeg ze geen filmrollen te pakken. Op enkele fragmenten van stomme films uit de jaren 10 na, zijn alleen beelden van haar screentest voor een Selznick-film bewaard gebleven. De filmproducenten vonden haar echter zo gewoon, dat ze niet geloofden dat ze een actrice was. Ze kreeg de rol dan ook niet. Hoewel vrijwel niemand haar naam nog kent (nu wel dankzij McKay) is haar invloed op het Amerikaans theatergebeuren onmiskenbaar. Al was het maar door de impact die ze gehad heeft op Uta Hagen, auteur van 'Respect for Acting’, een van de meest toonaangevende werken over acteren. Alleen Kim Stanley en Geraldine Page, inmiddels ook al overleden, benaderden haar acteerkunst.

 

taylorphoto

Laurette Taylor

 

McKay besteedt verder een uitgebreid hoofdstuk aan Marlon Brando, een niet gemakkelijk te strikken acteur. Brando liet zich niet vangen voor een interview, maar werkte toch mee aan de documentaire uit liefde voor het theater. Weinigen weten dat hij op aandringen van zijn lerares Stella Adler meer dan zeven jaar op Broadway stond alvorens New York in te ruilen voor Hollywood. Al in zijn eerste kleine rolletjes zoog hij de volledige aandacht van het publiek naar zich toe, en duwde de hoofdspelers in een figurantenrol.

 

godfathers_thumb

Brando gezien door Hirschfeld

 

De film eindigt met een hoofdstuk ‘What Happened’. In de Golden Age was het voor een acteur niet uitzonderlijk dat hij op drie maand tijd in tien verschillende stukken optrad. Elk jaar had hij gemiddeld drie flops. Op die manier leerde hij zijn stiel kennen. Vandaag lopen veel shows vijf jaar of langer. Dat komt de creativiteit en de levendigheid zeker niet ten goede. Als Ben Gazara vroeger fluisterde op het toneel, was hij duidelijk te horen tot in de nok van het derde balkon. Vandaag gebruikt iedereen een microfoon. Veel geluid is op voorhand opgenomen. Als een artiest nu in de orkestbak valt, zingt hij en speelt het orkest gewoon door. Vroeger bleven de toeschouwers zitten en applaudisseren. Pas na het derde of vierde open gordijn stonden ze eventueel recht. Vandaag krijgt vrijwel elke show een staande ovatie als snelste manier om de zaal uit te geraken. Vroeger heersten klinkende namen als Ethel Merman, John Raitt, Michael Goulet, Carole Channing… over Broadway, maar wie kent vandaag nog de namen van de sterren? Kan iemand zeggen wie in het theepotkostuum zit in The Beauty and the Beast?

 

miss_saigon2a

Miss Saigon: helicopter belangrijker dan acteurs?

 

Als de mechanische trap in Sunset Boulevard of de helikopter in Miss Saigon niet werken, kan de show niet doorgaan. Broadway is vandaag meer afhankelijk van technici dan van artiesten. Het is bijzonder moeilijk om nog iets origineels te produceren. Maar de toeschouwers zijn minder dom dan de zakenlui van Broadway denken. Het publiek wil confrontatie, betrokkenheid, uitdaging. Theater is een menselijke ervaring. Maar het bloed kruipt daar waar het niet gaan kan. Vandaag is er een grote opleving van het theaterleven, niet zozeer op de planken van Broadway, maar op kleine schaal, in appartementen, kelders en op zolders. Tot die conclusie komt Al Hirschfeld, de beroemde tekenaar wiens karikaturen de muren tooien van het al even beroemde Broadway restaurant Sardi’s. Ook hij gaf aan McKay een van zijn laatste interviews weg. Hij stierf op 20 januari 2003, op 99-jarige leeftijd.

 

129270246_050927120643333_wideweb__300x228

Angela Lansbury

 

O ja, er komt een vervolg op Broadway, the Golden Age. Broadway the Next Generation werd aangekondigd tegen eind 2005, maar is pas nu in postproductie. Dat belooft! In 2008 komt de film in de Amerikaanse zalen. Het is echter twijfelachtig of ze tot hier geraakt…   

 

uta-hagen-acting

 

17:49 Gepost door Jean Lievens in geschiedenis | Permalink | Commentaren (0) | Tags: broadway, new york, dvd, mckay, 010 |  Facebook |

08-05-07

Spring Awakening: fris en energiek, maar...

“Grensverleggend” (New York Post), “Broadway zal nooit meer hetzelfde zijn” (New York Times), “De beste nieuwe musical in een generatie” (New York Observer), “Een vitale sprong voorwaarts voor de Amerikaanse musical” (Time Out)… geef toe, een dergelijke musical kan je moeilijk links laten liggen. Het probleem met hooggespannen verwachtingen is de inlossing ervan. En op dat vlak springt Spring Awakening te kort.

 

Spring1600

 

 
Als je de uittreksels van de kritieken aan een theater moet geloven, dan is elke musical op Broadway de beste in de stad. Het probleem met die koppen is dat ze uit hun verband zijn gerukt. Andere krantenstukken typeren het stuk ook als “onevenwichtig”, “dramatisch zwak” en “desoriënterend”, maar die halen uiteraard de affiche niet. Eerste les: kijk verder dan de slagzinnen. Tweede les: lees eerst het verhaal om te weten waarover het stuk precies gaat, want op het toneel is verwarring troef.

 

Het verhaal

 

Spring Awakening is gebaseerd op het Duitse toneelstuk Frühlings Erwarchen, geschreven door Frank Wedekind in 1891. Het verhaal draait om de seksuele ontwaking van een groep tieners die zowel thuis als op school gebukt gaan onder een streng Lutheraans regime. Met masturbatie, homoseksualiteit, verkrachting en incest op het menu was het stuk zijn tijd ver vooruit, maar wat baanbrekend was in 1891, is dat al lang niet meer. Tenzij in het Amerika van George Bush misschien. In elk geval, de grenzen die Spring Awakening zogezegd doorbreekt (de seksuele thema’s en het kleine beetje naakt), werden veertig jaar geleden al een flink stuk verder overschreden in Hair.

 

spring3

 

Spring Awakening begint veelbelovend. Op het podium weerklinkt een prachtige ballade, Mama Who Bore Me, gezongen door de 20-jarige Lea Michelle. De mooie Wendla verkent de mysteries van haar lichaam en vraagt zich af waar baby’s vandaan komen. Dat leidt tot een grappig bedoelde confrontatie met haar moeder, die haar aanmaant een deftige jurk aan te trekken.

 

Volgende scène: schooljongens (twintigers die vijftienjarigen vertolken… voor mij werkt het niet, hoewel Spring Awakening op dat vlak toch beter scoort dan Blood Brothers) drammen op school Latijnse verzen af. Boven hun ritmisch gescandeer heft Melchior, vertolkt doorJonathan Groff, een lied aan dat de overheersende moraal in twijfel trekt (All That’s Known). Hij snelt Moritz (John Gallagher Jr.) ter hulp, een knaap die zodanig geobsedeerd of getraumatiseerd is door seks dat hij zich niet kan concentreren in de les. De leraar grijpt in en geeft de jongens een pak rammel. De klas revolteert. Uit de kelen weerklinkt The Bitch of Living. 

 

Wat later ontmoeten Melchior en Wendla elkaar in het bos en er ontluikt iets moois tussen die twee (Spring Awakening). Inmiddels gaat het met Moritz van kwaad naar erger. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord. Het schoolhoofd geeft Melchior de schuld en gooit hem buiten. Maar ondertussen is Wendla na een obscene vrijpartij op scène zwanger geraakt. Er staan het jonge koppel harde tijden te wachten.

 

spring_awakening

 

Zijdelings krijgen we ook nog het verhaal van de seksueel misbruikte Ilse (Lauren Pritchard) en het homokoppel avant la lettre Hanschen (Jonathan B. Wright) en Ernst (Gideon Glick). Nu, de langdurige masturbatiescène van Hanschen wist de overjarige zaal toch meer dan vijf minuten in een genante stilte te hullen.   

 

Gemengde gevoelens

 

Spring Awakening heeft de plaats (Duitsland) en de tijd (1891) van het originele stuk behouden, maar overgoten met eigentijdse, soms wilde rock-’n-rollmuziek en choreografie. Dat contrast zorgt voor een zeer originele toets, die voor mij althans niet echt werkt. Het vergt nu eenmaal meer dan een gemiddelde dosis verbeelding om een bende tafelspringende Amerikaanse jongeren met punkachtige kapsels die onder felgekleurde spotlights “My Junk”, “The Bitch of Living” en “Totally Fucked” uitschreeuwen in overmaatse microfoons te laten rijmen op het laatnegentiende-eeuwse Duitsland van Wilhelm II.

 

Alle volwassen rollen worden gespeeld door twee acteurs, die de ene keer angst en antipathie moeten inboezemen, maar zich dan weer bezondigen aan overacting en goedkope slapstick (die overdreven zenuwtik van Christine Estabrook: echt niet te harden).

 

sn_121106_spring3

Homokoppel avant la lettre?

 

Door dat heen en weer gespring in tijd en stijl kunnen de karakters ook niet echt overtuigen. Waar is de emotionele band met het publiek? Misschien was die er wel met de toeschouwers die op het toneel tussen de acteurs zaten. Maar echt meeleven met Moritz die uit het leven stapt... Sorry. Anderzijds kan Lauren Pritchard wel ontroeren als Ilse die net een abortus achter de rug heeft. Op muzikaal vlak is Spring Awakening best genietbaar, maar toch geen hoogvlieger. Een paar nummers zijn echt mooi, maar de meeste zijn alleen maar... gewoon.

 

Maar goed, Spring Awakening mag dan een aantal zwaktes vertonen, de musical is origineel genoeg om van begin tot einde te boeien. De jonge spelers zijn ongegeneerd en spelen de stukken van het dak. Ze laten echt wel een frisse wind waaien door de soms stoffige zalen van Broadway. Dat ze niet echt overtuigen, ligt dus niet aan een gebrek aan talent, maar wel aan een onevenwichtig concept.

 

filmpjes:

 

2

 

 

222

Spring Awakening

Eugene O’Neill Theatre

Muziek: Duncan Sheik

Teksten: Steven Sater

12:30 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 009, spring awakening, broadway, new york |  Facebook |

02-05-07

Give my Regards to Old Broadway

Wie mijn Amerikablog af en toe volgt, heeft het misschien al gelezen: bejaarden veroveren Broadway. In menige zaal beukt de gemiddelde leeftijd van het publiek tegen de zestig. In de nieuwe Broadway hit Spring Awakening lijkt het er wel op dat de piepjonge acteurs na twee uur seksuele escapades op het podium neerbuigen voor geriatrische patiënten die proberen recht te klauteren in een staande ovatie. Spring Awakening op toneel tegen Winter Going to Sleep in de zaal. Nu ja, een ticket voor een Broadwayshow is al opgelopen tot 111,50 dollar. Wie kan dat betalen?
 
SH100986

Times Square

 

Maar ook op het toneel zijn de oudjes niet van het podium te slaan. Neem nu 45Th Street, een straat met een viertal Broadway theaters. In het Music Box Theater loopt vanaf 6 mei ‘Deuce’ met de 81-jarige Angela Lansbury en de 79-jarige Marian Seldes. Bijna vlak tegenover staat in het Booth Theater de 70-jarige Vanessa Redgrave alleen op de planken in ‘The Year of Magical Thinking’. Steek Broadway (de straat) over en je komt aan het Lyceum Theater waar de 78-jarige Christopher Kapitein Von Trapp Plummer samen met Brian Dennehy, een snaak van 69, de hoofdrol vertolkt in ‘Inherit The Wind’. Maar ook in musicals laten de bejaarden zich niet onbetuigd, zoals de 75-jarige Mary Louise Wilson die schittert in ‘Grey Gardens’.

 

SH101021

Grey Gardens

 

Nu ja, in Amerika is het niet zo ongewoon dat mensen tot op zeer hoge leeftijd blijven werken. Ze komen nu eenmaal niet rond met hun pensioen. Uiteraard geldt dat laatste niet voor Broadway sterren. Sommige levende legendes takelen op scène af tot ze doodvallen. Een nieuwe trend bij de oude generatie is een show waarin ze terugblikken op hun carrière: Chita Rivera (1933) danste zich bijna te pletter in ‘Chita Rivera, A Dancer’s Life’ (van 23 november 2005 tot 19 februari 2006). Begin 2002 triomfeerde de toen 80-jarige Golden Girl Beatrice Arthur in ‘Bea Arthur on Broadway’ in het Booth Theater. In hetzelfde jaar gaf Elaine Stritch, toen 77, een onvergetelijke show in het Neil Simon Theater: ‘Elaine Stritch at Liberty’.

 

elaine-stritch

Elaine Stritch at Liberty

 

Jammer genoeg heb ik al die shows gemist. Wie ik wel live heb meegemaakt, is Shirley Jones (1934), de moeder van de Partridge Family. In de jaren 50 en 60 oogstte ze wereldroem als Laurey Williams in Oklahoma! (1955), Julie Jordon in Carousel (1956) en Marian Paroo in The Music Man. In 2004 kroop ze enkele maanden in de huid van Dorothy Brock in de zoveelste revival van 42nd Street. Hoewel ik door het dak ging haar live te mogen aanschouwen, vond ik haar vertolking op het randje van het genante. Ze was gewoon te oud voor de rol. Bovendien was de tijd ook niet vriendelijk geweest voor haar eens zo glasheldere sopraanstem. Ze klonk als Bianca Castafiore die per vergissing in een musical was gesukkeld.

 

SH101036

Benieuwd wat het jonge grut van Spelling Bee er later van zal maken

 

Andere oude krakers die ik in levende lijve heb mogen bewonderen zijn Tom Bosley (1927) als Herr Schultz in Cabaret (2004), Mickey Rooney (1920!) als tovenaar en Eartha Kitt (1927) als ‘The Wicked Witch of the West” in The Wizard of Oz (maar dat was wel in San Francisco in 1998). Nog actief of tot vrij recent nog actief zijn Joel Grey (1932), Key Ballard (1926), Carol Burnett (1933), Barbara Cook (1927), Charles Durning (1923), Betty Garret (1919!), Ben Gazzara (1930), Robert Goulet (1933), Julie Harris (1925), Rosemary Harris (1927), Celeste Holm (1917, maar alleen nog actief in film), Eli Wallach (1915, idem). Film en theater houden een mens blijkbaar jong.

 

SH100995

Angela Lansbury terug op Broadway

 

Helaas is de oude generatie die triomfeerde tijdens de gouden jaren van Broadway (jaren 30 tot 60) toch langzaam maar zeker aan het uitsterven: Betty Comden (1915-2006), Hume Cronyn (1911-2003), Phil Ford 1919-2005), Uta Hagen (1919-2004), Kim Hunter (1922-2002), Ann Miller (1923-2004), Fayard Nicholas (1914-2006), Jerry Orbach (1935-2004), John Raitt (1917-2005), Vincent Sherman (1906-2006), Kim Stanley (1925-2001), Maureen Stapleton (1925-2006), Gwen Verdon (1925-2000), Fay Wray (1907-2004). Gelukkig zijn er nog sterren als Bernadette Peeters of Patty LuPone die de fakkel hoog houden, maar ook die dames naderen de kaap van de 60. Toch benieuwd of er onder het jonge grut van Spring Awakening of The 25th Annual Putnam County Spelling Bee toekomstige Broadway legendes zitten…

 

SH101026

Spring Awakening: weer bloot op het toneel...

 

 

 

 

21:08 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 008, spring awakening, broadway, new york, times square, amerika |  Facebook |

24-04-07

Schone of Beest?

Net terug van New York met vijf musicals achter de kiezen: Beauty and the Beast, Spring Awakening, The 25th Annual Putnam County Spelling Bee, The Drowsey Chaperone en Company, in opgaande lijn van persoonlijke appreciatie.

 

Laten we beginnen met “Beauty and the Beast”. Tegen beter weten in (zie vorig artikel) kopen we tickets aan de box-office van het Lunt-Fontanne theater. Waarom niet eigenlijk? “Beauty and the Beast” is de op vijf na langst lopende musical op Broadway en sluit in juli definitief de deuren. Bovendien achten we het materiaal van de klassieker van Cocteau evenals de vertaling ervan naar de tekenfilm van Disney zo onverwoestbaar dat het ons onmogelijk lijkt het te verknoeien. Verkeerd gedacht... We hebben ons sinds “The Producers” niet meer zo geërgerd.

 

SH101010

Lunt-Fontanne Theatre 

 

Een feest voor kinderen

 

Oké, voor mensen met kinderen (of de mentaliteit van kinderen) is de Broadwayversie best te pruimen. Dat getuigen ook de lachsalvo’s in de zaal telkens een acteur zich bezondigt aan overacting (dus de hele voorstelling door).  Want laten we het eerst even over het met cellofaan ritselende publiek hebben, dat vooral uit toeristen en Amerikanen met kleine kinderen bestaat. Beide delen een beperkte Engelse woordenschap en proesten het uit bij elke flauwe grap die ze begrijpen. En natuurlijk bij elke valpartij, vuistslag of andere slapstickgag. Achter ons klinkt af en toe de Duitse vertaling van de meest triviale grappen. Wat moeilijkere dialogen blijven onvertaald. Naast mij een Aziatische New Yorkse die mij vlak voor de aanvang van de voorstelling verwelkomt in ‘haar stad’ en vervolgens na elke regel dialoog een goed- of afkeurende ‘hm, hm’ uit. Gelukkig geen luchter in het decor, of ik hing erin.

 

Natuurlijk hoeft een stuk dat zich vooral naar kinderen richt niet slecht te zijn. Volwassenen kunnen evengoed met volle teugen genieten van de Oscargenomineerde tekenfilm uit 1991. Maar de dubbele bodems en knipogen die aan kinderen ongemerkt voorbijgaan maar door volwassenen des te meer gesavoureerd worden, zijn onvindbaar in de Broadwayversie. In de plaats daarvan worden af en toe in regelrechte vaudevillestijl een paar borsten omhoog geduwd. Gelachen dat we hebben! De oorspronkelijke muziek bleef gelukkig bewaard, maar de nieuwe nummers haalden helaas niet hetzelfde niveau.

 

Een positieve noot

 

Omdat het onfair zou zijn het hele stuk af te kraken, willen we graag een pluim geven aan de Nederlandse actrice Anneliese Van Der Pol die mooi gestalte geeft aan Belle. Prachtige, sterke stem en een redelijke vertolking. Hoe harder ze zingt, hoe luider het applaus. In de voorstelling die wij bijwonen, speelt stand-by James Patterson met verve de rol van Gaston. Tussen haakjes, wees nooit misnoegd als een speler wordt vervangen door een stand-by of een understudy (een understudy speelt mee in een kleinere rol maar kan indien nodig inspringen voor een belangrijkere rol; een stand-by wordt enkel gebruikt in zeer grote shows ter vervanging van een beroemde acteur of voor een bijzonder moeilijke rol). Meestal doen ze enorm hun best om een goede beurt te maken zodat hun prestatie die van de ‘normale’ acteur of actrice vaak overtreft. Bovendien hoeft een vervanger geen nobele onbekende te zijn. Bebe Neuwirth (Lilith uit Cheers) speelde in de 1986 revival van ‘Sweet Charity’ de bijrol Nicky (en werd daarvoor beloond met een Tony Award), maar was ook understudy voor Donna Murphy die de hoofdrol Charity voor haar rekening nam. Nathan Lane, een van de grootste Broadwaysterren van het moment, had een stand-by in de revival van ‘A Funny Thing Happened on the Way to the Forum. Maar dat even terzijde.

 

Terug naar Beauty and the Beast. Andere opvallende verschijning in de rol van levende kandelaar: John Tartaglia, die we enkele jaren geleden nog zagen schitteren in het briljante Avenue Q, maar blijkbaar bezweek voor het grote Disney geld. Jammer. Jeanne Lehman zette een verdienstelijke theepot neer en Mary Stout een Montserrat Cabbalé-achtige kleerkast. Het monster werd vertolkt door Steve Blanchart, die er als beest beter uitzag dan als prins, maar dat is een kwestie van smaak.

 

Beauty and the Beast playing at the Lunt-Fontanne Theatre 

Goed. Als je het stuk niet positief beoordeelt, hoe verklaar je dan het fenomenale succes ervan? Simpel. Het is hetzelfde succes als dat van Independance Day, Meet the Fockers, Night at the Museum of Bruce Almighty, allemaal uit de top 50 van films die de kassa’s het meest deden rinkelen. Het is het succes van FC De Kampioenen boven dat van Stille Waters, van Seventh Heaven boven dat van de Sopranos. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Niet dat er iets verkeerd is aan populair entertainment. Maar ik kan er alleen van genieten als ik eerst mijn verstand op nul zet. En in die klasse verkies ik de Drowsey Chaperone honderd keer boven Beauty and the Beast. Is je brein echter groter dan dat van een erwt, ga dan liever naar Company of The Spelling Bee. Misschien gaat er hier en daar een grap aan je voorbij, maar wat blijft hangen, is tenminste de moeite waard. Both a Little Scared, Neither one Prepared… Beauty and the Beast… Inderdaad, we waren er niet op voorbereid.

18:31 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 006, beauty and the beast, broadway, new york, amerika |  Facebook |

12-04-07

Over trends en inspiratie

Waar haalt Broadway zijn inspiratie vandaan? En vooral: wat doet de kassa rinkelen? Want net als de filmindustrie, speelt ook Broadway op veilig. En dat zie je aan de affiche.

Het opzetten van een show kost tonnen geld, en investeerders willen hun dollars dubbel en dik terug. Het grote publiek (dat steeds meer uit toeristen en minder uit New Yorkers bestaat) kiest vooral voor herkenbare shows. Dat betekent dat ze de naam eerder hebben gehoord, van een bekende film, een populaire roman of een klassiek toneelstuk. Of ze worden aangetrokken omdat de hoofdrol wordt vertolkt door een beroemde film- of tv-ster.

Een nieuwe trend is het toenemende belang van de herkenbaarheid van het merk: "Les Miz", "Phantom", "Mama Mia"… gebruiken wereldwijd hetzelfde, zwaar gepromote logo. Vaak staan de namen van de artiesten niet eens meer vermeld op de affiche. Al die shows zijn uiteraard vakkundig gemaakt en je beleeft vast een mooie theateravond, maar of ze echt in het geheugen blijven kleven, is een andere kwestie. Kies liever voor minder bekende of onconventionele shows. Als die Broadway halen, kan je er donder op zeggen dat je een onvergetelijke avond tegemoet gaat.

Niet overtuigd? Laten we eens de affiche bekijken vandaag, 11 april (alleen de musicals). 

-        “Beauty and the Beast”, “The Lion King” en “Tarzan” zijn musicalversies van de gelijknamige tekenfilms van Disney. Spektakel verzekerd en herkenbare muziek, maar die shows moeten het vooral hebben van speciale effecten, op tape gezette muziek en choreografie, minder van acteerkunst. Beetje zielloos als je het mij vraagt.

-        “Mary Poppins” is de toneeluitvoering van de film met Julie Andrews. Zelf heb ik het stuk niet gezien, een vriend wel. Hij noemde het een grote suikertaart.

-        “Grease” (bekend van de 70-ies film met John Travolta en Olivia Newton John).

-        “Les Miserables” en “Phantom of the Opera”, gebaseerd op klassiekers uit de film & litteratuur. Alleen “Phantom” gezien. Mooie muziek, maar gespeend van elke vorm van humor, dus eigenlijk niet aan mij besteed. Daarom ga ik ook niet naar “Les Miz”.

SH100992

Phantom: al meer dan twintig jaar op Broadway

-        Andere musicals die gebaseerd zijn op gelijknamige films zijn: “The Producers” (naar de film van Mel Brooks – TE MIJDEN), “The Color Purple” (naar de film van Steven Spielberg), “Legally Blonde” (naar de succesvolle komedie met Reese Witherspoon), “Hairspray” (naar de film van John Waters) en “Spamalot” (naar de film “Monty Python and the Holy Grail” – EEN AANRADER).

-        Dan heb je de revivals: “Company”, “Chicago”, “A Chorus Line” en “Rent”

-        “Mama Mia”, een compilatie van hits van Abba, verwerkt tot een verhaal, en “Jersey Boys”, gebaseerd op de muziek van de Four Seasons

-        “Wicked”: is wel een originele musical, maar ook een prequel op de beroemde musical ‘The Wizzard of Oz”.

Er zijn momenteel maar een stuk of zes nieuwe, originele musicals te bewonderen op Broadway: twee ervan zijn oorspronkelijk Off-Broadway shows: “Avenue Q” en “The 25th Annual Putnam County Spelling Bee”. Daarnaast zijn er nog “The Drowsey Chaperone”,   “Curtains”, "Spring Awakening" en “The Pirate Queen”. 

 SH101036

 

Nu ja, we moeten er ook bijzeggen dat oorspronkelijke Broadway musicals ook vaak verfilmd worden: “Annie Get Your Gun”, “Oklahoma”, “Carrousel” (50-ies), "West Side Story", “My Fair Lady”, “Camelot” (60-ies), "Cabaret", “Jesus Christ Superstar” (70-ies).

 
Daarna werd het min of meer windstil, maar in de afgelopen jaren is er duidelijk een revival, met  de verfilming van “Phantom of the Opera”, “Chicago” en “The Producers”. En binnenkort ook “Hairspray” met John Travolta, "Mama Mia" met Meryl Streep en “Sweeney Todd” met Johnny Depp.

Dat Broadway zijn mosterd vaak elders haalt, is niet nieuw. “Mame” is gebaseerd op “Auntie Mame,” een novelle van Patrick Dennis uit 1955. “My Fair Lady” is de muzikale versie van “Pygmalion” van George Bernard Show uit 1913. “Hello Dolly” was oorspronkelijk een toneelstuk van Thornton Wilders, “The Matchmaker”. “The Little Shop of Horrors” is een muzikale bewerking van de cultfilm van Roger Corman uit 1960 (met Jack Nicholson in een van zijn eerste rollen). “A Little Night Music” van Stephen Sondheim is een adaptatie van “Sommarnattens leende” (1955), een film van de Zweedse cineast Ingmar Bergman.

SH101033

De nieuwste trend op Broadway is de zogenaamde “jukebox” musical, waarbij de muziek afkomstig is van een bepaalde artiest, componist of zelfs tijdsperiode. In die categorie is “Mamma Mia” de meest succesvolle musical, maar Broadway heeft in dat genre ook dikke flops gekend zoals “Good Vibrations” met de muziek van de Beach Boys.  

 

01:34 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: 005, trends, broadway, new york, amerika |  Facebook |

08-04-07

De Tony Awards

 

De Tony Awards zijn voor Broadway wat de Oscars zijn voor de filmindustrie. Ook theatermensen zetten zichzelf graag in de bloemetjes. Af en toe wint een acteur zelfs een Oscar én een Tony voor dezelfde rol, zoals Yul Brynner voor zijn vertolking van de koning van Siam in “The King and I”, of Rex Harrison voor die van Henry Higgins in ‘My Fair Lady’. Maar dat gebeurt zelden.

 

Voluit heten de Tony Awards de “Antoinette Perry Awards”, genoemd naar een Amerikaanse toneelactrice en medestichter van de acteursvereniging ‘American Theatre Wing’. Na haar overlijden in 1946 besloot de vereniging jaarlijks toneelprijzen uit te reiken die haar naam dragen. Spijtig voor haar weet vandaag praktisch geen kat meer waar de Tony Awards hun benaming vandaan halen.

 

De eerste uitreiking vond plaats tijdens een diner in de grote balzaal van het Waldorf-Astoria hotel. Vanaf 1967 kwam de prijsuitreiking ook op de beeldbuis, waardoor miljoenen Amerikanen voor het eerst fragmenten van Broadway-voorstellingen live konden volgen. Dankzij die uitzendingen zijn een aantal historische vertolkingen bewaard gebleven, want van de meeste shows bestaat helaas geen beeldmateriaal.

 

Ook vandaag mag er in het theater absoluut niet gefilmd worden, maar dankzij een aantal malafide toeschouwers, gewapend met een camcorder (goddank dat ze bestaan), zijn moderne shows (en revivals) nu in stukken en brokken te bekijken op YouTube (voor zolang dat nog zal duren). Optredens van vergane glories zoals Gwen Verdon, Chita Rivera, Angela Lansbury, Robert Goulot, Gerry Orbach, Zero Mostel, Ann Miller en nog zoveel anderen kan je bewonderen op de schitterende dvd-reeks Broadway’s Lost Treasures, helaas enkel verkrijgbaar op zone 1-dvd’s.

 

In 1997 verhuisde de uitreiking van de Tony’s naar de gigantische Radio City Music Hall (goed voor 6.000 toeschouwers), zodat ook normale stervelingen er een plaatsje kunnen bemachtigen. Voor tikets kan je terecht op tonyawards.com.

 

Wie kiest de winnaars?

 

Het nominatiecomité van de Tony Awards bestaat uit dertig professionele theatermensen (agenten, acteurs, regisseurs, enz.) die elke show gaan zien en hun voorkeur uitdrukken per geheime stemming. Doorgaans komen elk jaar een paar verrassingen uit de bus, maar de meeste genomineerden beantwoorden aan de verwachtingen van het grote publiek. In het zog van de Oscars (Michael Moore, Marlon Brando), hebben ook de Tony’s af en toe een schandaal te verwerken. Zo zag Julie Andrews in 1996 af van haar nominatie voor haar rol in Victor/Victoria, omdat haar medespelers en regisseur (Blake Edwards) over het hoofd waren gezien. De Tony ging dat jaar naar Donna Murphy voor haar rol van Anna in “The King and I”. Of ze had gewonnen indien Julie Andrews zich niet had teruggetrokken, zullen we nooit weten.

 

Tot daar de manier waarop de nominaties tot stand komen. De eigenlijk verkiezing gebeurt door ongeveer 750 theatermensen. Ze moeten alle genomineerde shows hebben gezien. Zoniet, moeten ze beloven dat ze niet zullen stemmen in een categorie waarbinnen ze niet alle genomineerden hebben gezien. Zwakke schakel: er is geen controle. 

 

Enkele records

 

The Producers

Ik zal nooit begrijpen waarom, maar The Producers (2001) sleepte het grootste aantal nominaties (15) uit de geschiedenis van de Tony-uitreiking in de wacht. De Mel Brooks musical triomfeerde in 13 categorieën, ook een record. De Producers heeft me in elk geval één ding geleerd: een Tony is geen garantie voor een genietbare musical. En 13 zeker niet.  

 

Harold Prince

Harold Prince heeft in zijn theatercarrière een recordaantal van 21 Tony Awards gewonnen, waarvan acht voor regie en acht voor productie.

 

Stephen Sondheim

Stephen Sondheim is de componist die het vaakst in de prijzen viel: beste muziek en beste tekst voor Company (1971), beste score voor Follies (1972), A Little Night Music (1973), Sweeney Todd (1979), Into the Woods (1988) en Passion (1994).

 

Bob Fosse

Bob Fosse, regisseur van ondermeer Cabaret, is de choreograaf met de meeste Awards, namelijk acht, voor The Pajama Game (1955), Damn Yankees (1956), Redhead (1959), Little Me (1963), Sweet Charity (1966), Pippin (1973), Dancin' (1978), and Big Deal (1986). Bovendien haalde hij er nog een binnen voor de regie van Pippin (1973). Hij is ook de enige regisseur die in hetzelfde jaar (1973° zowel een Oscar (Cabaret), twee Tony's (Pippin) als een Emmy (Liza with a Z) won.

 

Angela Lansbury

Angela sleepte vier Tony’s in de wacht voor beste hoofdrolspeelster in Mame (1966), Dear World (1969), Gypsy (1974), Sweeney Todd (1979). Vanaf mei 2007 staat ze na twee decennia afwezigheid op Broadway samen met Marian Seldes opnieuw op de planken in ‘Deuce’ (Music Box Theatre), een stuk over twee bejaarde tennisspeelsters. Angela Lansbury wordt dit jaar 82.

06-04-07

Welke show kiezen: leuke links

Manhattan telt 39 Broadway theaters, waarvan 38 in het theaterdistrict rond Times Square. In ruim de helft ervan staat een musical op het menu. Maar wat kiezen? De meeste bezoekers van New York gaan voor een opvoering die ze kennen: van de gelijknamige film (Lion King, Hairspray, The Color Purple), van naam (Mama Mia, Jersey Boys) of van faam (Phantom, Cats, les Miz)…

 

Mijn beste ervaring is echter met musicals die ik van haar noch pluimen kende, maar mij werden aangeraden of gewoon mijn nieuwsgierigheid wekten. Zo hebben we (The Koen & I) niet alleen Avenue Q en Spamalot ontdekt, maar ook Sweeney Todd en als gevolg daarvan de meeste stukken van Stephen Sondheim (op dvd dan).

 

Sweeney_Todd-resized200

Patty Lupone en Michael Cerveris in de revival van Sweeney Todd

 

Broadway op het web

 

Vooraleer je vertrekt naar New York is het goed om eerst een kijkje te nemen op een aantal websites, niet alleen om te weten wat er speelt, maar ook om beoordelingen en kritieken op te snorren. Je kunt online ook tickets kopen, maar wij ter plaatse gaan naar het box-Office van het theater. Tot nu toe al altijd uitstekende plaatsen gehad, in tegenstelling tot op voorhand bestelde kaartjes (dank u Holiday Line voor abominabele en peperdure plaatsen voor Spamalot in Londen).

 

I Love New York Theatre

Een overzichtelijke site die je bovendien in meerdere talen kunt raadplegen (hoewel ik niet meteen inzie waarom iemand die de taal niet machtig is naar een Engelstalig stuk zou gaan – hoewel, er is natuurlijk The Lion King en andere megaproducties die het vooral van spektakel moeten hebben).

 

Broadway.com

Deze website oogt een stuk drukker, maar er valt dan ook meer op te beleven: nieuwtjes, roddels en besprekingen en ook een niet te missen videorubriek.

 

Playbill.com

Playbill is ook de naam van het programma dat je gratis krijgt bij elke voorstelling (geen fooi geven). Het tijdschriftje heeft al decennialang dezelfde opmaak. De website wordt voortdurend up-to-date gebracht en barst uit zijn voegen van informatie. Erg leuke en interessante rubrieken zijn ‘Diva Talk’ en ‘The Leading Men’. Zowel voor de inhoud als voor de foto’s…

200px-Playbill

Tussen haakjes, “The Producers” mag dan een record aantal Tony’s hebben gewonnen, het is de meest teleurstellende musical die we tot nu toe hebben gezien: irritante overacting, kinderachtige humor en over-the-top cliché-uitbeelding van gays.

 

BroadwayWorld.com

Een kat vindt er niet meteen haar jongen in terug, maar je vindt er nieuws bij de vleet. Het is een goede webstek om mee te beginnen omdat je er artikels aantreft die werden gepikt van andere websites en mediabronnen over Broadway. Je kunt er ook de klok rond showtunes horen door BWW.com Radio aan te klikken.

 

TalkingBroadway.com

Beetje donkere opmaak naar mijn smaak, maar vooral interessant voor de message board ‘All That Chat’, een van de meest gelezen rubrieken in het theaterwereldje van NYC. Met de recentste nieuwtjes en weetjes, alsook de meest schokkende en ongegronde roddels. Je kunt er ook terecht voor theatertickets van mensen die de hunne doorverkopen (als ze zelf niet kunnen gaan).

 

Veel surfplezier!

21:33 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: avenue q, spamalot, 003, stephen sondheim, broadway, new york, amerika |  Facebook |

04-04-07

Broadway: een introductie

Waar beginnen? Misschien met te zeggen dat Broadway eigenlijk de naam is van een lange straat die Manhattan diagonaal doorkruist. In die hoedanigheid heeft Broadway eigenlijk niet zo gek veel te maken met de Amerikaanse musical waarmee de straat geassocieerd wordt. De meeste theaters bevinden zich immers in de zijstraten, tussen 42 Street en 54 Street, links en rechts begrensd door Sixth en Eighth Avenue.

 

Times Square, ooit het Sodom en Gomorra van New York, is het kloppende hart van het theaterdistrict. Om plaats te ruimen voor Disney ging voormalig burgemeester Rudy Giuliani er met de grove borstel door en toverde de buurt rond Times Square om tot een van de veiligste in de stad. Seksshops sloten hun deuren, hoeren trokken westwaarts, dealers naar het noorden. Links en rechts schoten politieagenten een zwarte neer omdat ze zijn gsm verwarden met een pistool, maar hé, veiligheid heeft zijn prijs. Ook in de oorlog tegen de misdaad is er ‘collateral damage’.

 

Een Broadway-theater wordt gedefinieerd als een professioneel New Yorks theater dat plaats biedt aan minstens 500 man. Een Broadway-show is om het even welke voorstelling in een Broadway-theater, dus niet alleen een musical, maar ook een theaterstuk, onemanshow of ander optreden. Maar dat is theorie. Voor mij (en vele anderen) betekent Broadway maar één ding: musicals! Glitter, pailletten, gogogirls en boys, veren, pluimen, diva’s, beroemde artiesten, YES!

 

Broadway verovert de wereld

 

De Amerikaanse musical is gegroeid uit opera en operette, overgoten met een saus van vaudeville, revue en burlesk. In een musical werken muziek, drama en dans samen om een verhaal te vertellen. ‘Showboat’ (1927) is de eerste musical die aan die definitie beantwoordt. Tot in de jaren dertig reikte de roem van Broadway niet veel verder dan New York. Maar met de doorbraak van de geluidsfilm viel Broadway wereldroem te beurt. Musicals waren ideaal voor de nieuwe geluidsfilms. De apparaten wogen immers een ton, zodat van zwierige camerabewegingen geen sprake was. In een Broadwayshow bewogen de artiesten dat het een lust was om zien, zodat de ‘motion picture’ zijn naam waardig kon blijven. De Hollywood Musical van de jaren dertig ging dan ook zijn mosterd halen in The Big Apple. Broadwaysterren als Fred Astaire werden er door de filmstudio’s van het podium geplukt om hun talenten te laten botvieren op het zilveren scherm.

 

De trek van New York naar het lucratievere Los Angeles is sindsdien niet meer gestopt. Veel tv- en filmsterren begonnen hun carrière op de planken van een Broadway theater: Bette Midler, Shirley McClain, maar ook Bea Arthur (Dorothy uit de ‘Golden Girls’), Tom Bosley (Howard Cunningham uit ‘Happy Days’), Jerry Orbach (Lennie Briscoe uit ‘Law & Order’), Bebe Neuwirth (Lilith uit ‘Cheers’), de lijst is lang. Vandaag is meer en meer een omgekeerde beweging aan de gang. Om bezoekers naar de theaters te lokken, gebruiken theater- en musicalproducenten steeds vaker bekende tv- en filmartiesten als lokaas. Sommigen kunnen er best hun mannetje staan zoals Antonio Banderas in ‘Nine’ of countryzangers Reba McEntire in ‘Annie Get Your Gun’. Maar anderen gaan compleet de mist in, zoals Fay Dunaway die zo slecht zong tijdens de repetities van ‘Sunset Boulevard’ dat de productie nog voor de opening werd stilgelegd.

 

Gloriedagen, verval en heropstanding

 

Het gouden tijdperk van Broadway ligt in de jaren 40 en 50, met ondermeer musicals van Richard Rogers, Oscar Hammerstein, Jerome Kern, Cole Porter, Irving Berlin… Door de opkomst van de rock-’n-roll als reactie tegen het ondrukkende klimaat van de jaren vijftig werd de traditionele Broadway musical steeds meer als hopeloos ouderwets versleten. Te dromerig, te zoet, te romantisch… Met ‘West Side Story’ gaven Leonard Bernstein (muziek) en Stephen Sondheim (tekst) in 1957 een schot voor de boeg. Een musical waarin beide hoofdrolspelers sterven, dat was nog nooit vertoond (tenzij misschien in ‘Carousel’ van Rogers & Hammerstein). Een musical moest immers vrolijk zijn, waarom ging je er anders heen? Maar behalve de originaliteit van het verhaal deden ook de opzwepende muziek en briljante teksten een nieuwe wind waaien door de stoffige Broadway theaters. Hoewel musicals als ‘The Sound of Music’, ‘Mary Poppins’, ‘My Fair Lady’ en ‘Oliver!’ in de jaren 60 nog hoge toppen schoren, was het genre eigenlijk over zijn hoogtepunt heen. De botsing tussen oud en nieuw werd in het theater briljant geïllustreerd in ‘Fidder on the Roof”. De door Tevye zo gekoesterde tradities die hij bij de aanvang bejubelt in het openingsnummer "Tradition", moeten er in de loop van de voorstelling een voor een aan geloven. Het oude tsarisme kraakt in zijn voegen, de revoluties van 1905 en 1917 die als een gloedgolf komaf zullen maken met alle oude waarden en gedachten staat voor de deur. Hetzelfde lot staat de traditionele Broadway musical te wachten. De verfilming van Fiddler (1971) was een van de laatste musicals ‘van de oude stempel’ die nog furore maakte in de bioscopen. ‘Mame’ (1974) flopte grandioos aan de kassa en ook ‘Hello Dolly’ van Gene Kelly (1969) kon de verwachtingen niet inlossen.

 

Inmiddels deed een nieuw genre zijn intrede op Broadway, de rockopera: ‘Hair’, ‘Oh Calcutta’, en het uit Groot-Brittannië overgewaaide ‘Jesus Christ Superstar’ en ‘Tommy’. In het baanbrekende ‘Cabaret’ (1967!) leverden de muzikale nummers commentaar bij de plot zonder er deel van uit te maken. Thema’s als homoseksualiteit, racisme, fascisme en abortus waren niet meteen conventionele musicalthema’s, maar ‘Cabaret’ integreerde ze naadloos in een ijzersterk verhaal, opgesmukt met schitterende muzikale nummers. In ‘Company’ (1970) steekt Stephen Sondheim de draak met het huwelijk en confronteert het kleinburgerlijke theaterpubliek met de problemen waaraan ze net wilden ontsnappen. Sondheim is wellicht de grootste vernieuwer van het muzikale theater. Geen thema was hem te vreemd om op muziek te zetten: een seriemoordenaar die met behulp van zijn buurvrouw het vlees van zijn slachtoffers verwerkt in pasteien (‘Sweeney Todd’, momenteel in verfilming door Tim Burton), het tot stand komen van ‘Un dimanche après-midi à l’île de la Grande Jatte’, het beroemde schilderij van Georges Seurat (‘Sunday in the Park with George’), moorden op Amerikaanse presidenten (‘Assasins’), een bewerking van een stuk van Aristophanes (‘The Frogs’) of van een film van Ingmar Bergman ('A Little Nightmusic', met Sondheims bekendste nummer ‘Send in the Clowns’). Hoewel Sondheim al zeven Tony’s in de wacht heeft gesleept, is veel van zijn oeuvre alles behalve commercieel. Geniaal, maar vaak onvoldoende toegankelijk om het grote publiek gedurende een lange tijd naar het theater te lokken.  En als een stuk in Amerika onvoldoende geld opbrengt, telt het niet mee. Nu goed, Sondheim heeft ook commerciële successen geoogst, maar daar kom ik later op terug.

 

De opkomst van de popcultuur luidde dus het verval in van de traditionele Broadway musical. Times Square verloederde, theaters verkommerden, het publiek bleef weg. Maar de redding was nabij. Disney en Londen bliezen Broadway nieuw leven in. Disney met muzikale theaterproducties van tekenfilms zoals’ The Beauty and the Beast’ en ‘The Lion King’, Londen met de musicals van Andrew Lloyd Webber: ‘Cats’, 'Les Miz' en ‘The Phantom of the Opera’. En in het zog van hun succes, hebben veel van de oudere musicals een tweede adem gevonden, zoals ‘Fiddler on the Roof’, ‘Thoroughly Modern Millie’, ‘42 Street’, ‘Gypsy’, maar ook recentere zoals ‘Company’, ‘Sweeney Todd’, ‘La Cage aux Folles’, ‘Chicago’ en ‘Cabaret’.

 

De heropleving van Broadway is een zegen voor toeristen als ik, die als kind alleen maar kon dromen van het bijwonen van die fantastische shows in de magische stad New York. Maar de oude New Yorker die de tijd nog heeft gekend waarin het theater goedkoper was dan de bioscoop zal waarschijnlijk twee keer nadenken vooraleer hij honderd dollar ophoest om een Broadwayshow bij te wonen. Volgens Sondheim is dat ook de reden waarom vrijwel elke show vandaag eindigt met een staande ovatie: mensen hebben diep in hun buidel getast en willen laten merken dat het de moeite waard is geweest… Het handengeklap als teken van deelname, als uiting om de avond op te eisen. Maar hé, er zijn nog genoeg shows die hun applaus echt verdienen.     

22:14 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) | Tags: 002, new york, amerika, sondheim, rogers hammerstein, broadway, gay |  Facebook |

03-04-07

Broadway Boven

Kent u het verschil tussen een Amerikaan en een potje yoghurt? Een potje yoghurt heeft cultuur! Ik heb dat altijd een geestige mop gevonden, maar de waarheid is wel dat de Amerikaanse cultuur de wereld domineert. Niet alleen op gebied van film, muziek, tv en tot op zekere hoogte zelfs litteratuur, maar ook in de bredere zin: hoe we leven en denken. Ten goede en ten kwade. Ook al beseffen we dat vaak niet.

 

Ik ben zeker geen verdediger van de “American Way of Life”, en haat ronduit de Amerikaanse buitenlandse én binnenlandse politiek. De Amerikanen verdienen beter. De rest van de wereld ook. Maar toch houd ik van het land, en ja, ook van zijn cultuur. Van Amerikaanse schilders, regisseurs, componisten… De meesten hebben trouwens Europese wortels.

 

Jazz en de Amerikaanse musical zijn zowat de enige muziekgenres die in de VS werden uitgevonden. Beide bekoren mij. Maar van kindsbeen af was ik verzot op musicals. “The King and I” was een van de weinige musicals in de platencollectie van mijn ouders. Als zesjarige pagadder danste ik als een dolleman de tafel rond op de maat van “Shall we Dance.”

 

king_and_i(shall_we_dance)

 

Veertig jaar later zat ik voor het eerst in een theater op Broadway te gapen naar Chicago. Sindsdien ben ik er elk jaar teruggekeerd om een paar musicals mee te pikken. En te genieten van New York, dat is uitgegroeid tot mijn lievelingsstad.

 

Het is mijn bedoeling om dat enthousiasme over te brengen. De kapstok is ineengeflanst om u een voorproefje te geven van wat komen zal: Broadway vandaag, maar ook van gisteren.

 

07:53 Gepost door Jean Lievens in cultuur | Permalink | Commentaren (1) | Tags: verantwoording, the king and i, 001, new york, amerika |  Facebook |