08-04-07

De Tony Awards

 

De Tony Awards zijn voor Broadway wat de Oscars zijn voor de filmindustrie. Ook theatermensen zetten zichzelf graag in de bloemetjes. Af en toe wint een acteur zelfs een Oscar én een Tony voor dezelfde rol, zoals Yul Brynner voor zijn vertolking van de koning van Siam in “The King and I”, of Rex Harrison voor die van Henry Higgins in ‘My Fair Lady’. Maar dat gebeurt zelden.

 

Voluit heten de Tony Awards de “Antoinette Perry Awards”, genoemd naar een Amerikaanse toneelactrice en medestichter van de acteursvereniging ‘American Theatre Wing’. Na haar overlijden in 1946 besloot de vereniging jaarlijks toneelprijzen uit te reiken die haar naam dragen. Spijtig voor haar weet vandaag praktisch geen kat meer waar de Tony Awards hun benaming vandaan halen.

 

De eerste uitreiking vond plaats tijdens een diner in de grote balzaal van het Waldorf-Astoria hotel. Vanaf 1967 kwam de prijsuitreiking ook op de beeldbuis, waardoor miljoenen Amerikanen voor het eerst fragmenten van Broadway-voorstellingen live konden volgen. Dankzij die uitzendingen zijn een aantal historische vertolkingen bewaard gebleven, want van de meeste shows bestaat helaas geen beeldmateriaal.

 

Ook vandaag mag er in het theater absoluut niet gefilmd worden, maar dankzij een aantal malafide toeschouwers, gewapend met een camcorder (goddank dat ze bestaan), zijn moderne shows (en revivals) nu in stukken en brokken te bekijken op YouTube (voor zolang dat nog zal duren). Optredens van vergane glories zoals Gwen Verdon, Chita Rivera, Angela Lansbury, Robert Goulot, Gerry Orbach, Zero Mostel, Ann Miller en nog zoveel anderen kan je bewonderen op de schitterende dvd-reeks Broadway’s Lost Treasures, helaas enkel verkrijgbaar op zone 1-dvd’s.

 

In 1997 verhuisde de uitreiking van de Tony’s naar de gigantische Radio City Music Hall (goed voor 6.000 toeschouwers), zodat ook normale stervelingen er een plaatsje kunnen bemachtigen. Voor tikets kan je terecht op tonyawards.com.

 

Wie kiest de winnaars?

 

Het nominatiecomité van de Tony Awards bestaat uit dertig professionele theatermensen (agenten, acteurs, regisseurs, enz.) die elke show gaan zien en hun voorkeur uitdrukken per geheime stemming. Doorgaans komen elk jaar een paar verrassingen uit de bus, maar de meeste genomineerden beantwoorden aan de verwachtingen van het grote publiek. In het zog van de Oscars (Michael Moore, Marlon Brando), hebben ook de Tony’s af en toe een schandaal te verwerken. Zo zag Julie Andrews in 1996 af van haar nominatie voor haar rol in Victor/Victoria, omdat haar medespelers en regisseur (Blake Edwards) over het hoofd waren gezien. De Tony ging dat jaar naar Donna Murphy voor haar rol van Anna in “The King and I”. Of ze had gewonnen indien Julie Andrews zich niet had teruggetrokken, zullen we nooit weten.

 

Tot daar de manier waarop de nominaties tot stand komen. De eigenlijk verkiezing gebeurt door ongeveer 750 theatermensen. Ze moeten alle genomineerde shows hebben gezien. Zoniet, moeten ze beloven dat ze niet zullen stemmen in een categorie waarbinnen ze niet alle genomineerden hebben gezien. Zwakke schakel: er is geen controle. 

 

Enkele records

 

The Producers

Ik zal nooit begrijpen waarom, maar The Producers (2001) sleepte het grootste aantal nominaties (15) uit de geschiedenis van de Tony-uitreiking in de wacht. De Mel Brooks musical triomfeerde in 13 categorieën, ook een record. De Producers heeft me in elk geval één ding geleerd: een Tony is geen garantie voor een genietbare musical. En 13 zeker niet.  

 

Harold Prince

Harold Prince heeft in zijn theatercarrière een recordaantal van 21 Tony Awards gewonnen, waarvan acht voor regie en acht voor productie.

 

Stephen Sondheim

Stephen Sondheim is de componist die het vaakst in de prijzen viel: beste muziek en beste tekst voor Company (1971), beste score voor Follies (1972), A Little Night Music (1973), Sweeney Todd (1979), Into the Woods (1988) en Passion (1994).

 

Bob Fosse

Bob Fosse, regisseur van ondermeer Cabaret, is de choreograaf met de meeste Awards, namelijk acht, voor The Pajama Game (1955), Damn Yankees (1956), Redhead (1959), Little Me (1963), Sweet Charity (1966), Pippin (1973), Dancin' (1978), and Big Deal (1986). Bovendien haalde hij er nog een binnen voor de regie van Pippin (1973). Hij is ook de enige regisseur die in hetzelfde jaar (1973° zowel een Oscar (Cabaret), twee Tony's (Pippin) als een Emmy (Liza with a Z) won.

 

Angela Lansbury

Angela sleepte vier Tony’s in de wacht voor beste hoofdrolspeelster in Mame (1966), Dear World (1969), Gypsy (1974), Sweeney Todd (1979). Vanaf mei 2007 staat ze na twee decennia afwezigheid op Broadway samen met Marian Seldes opnieuw op de planken in ‘Deuce’ (Music Box Theatre), een stuk over twee bejaarde tennisspeelsters. Angela Lansbury wordt dit jaar 82.