26-05-07

De nieuwe Broadway musical: een geldmachine

 
De Golden Age van Broadway mag dan achter de rug liggen, de ‘Great White Way’ zoals de theaterstraat ook wordt genoemd, floreert als nooit tevoren. Alleen is Broadway meer dan ooit big business. Artistiek talent en vernieuwing schieten helaas moeilijk wortel in aarde doordrongen van het geld.

 

Natuurlijk probeerden ook vroegere Broadway-producties zoveel mogelijk dollars in het laatje te brengen. Dit is Amerika. Alleen durfden producenten experimenteren. Flops werden ingecalculeerd. De producer (enkelvoud) was een theaterliefhebber en in vele gevallen zelf niet gespeend van artistiek talent.

 

 

 

Daisy Eagan: "Broadway Baby" uit Follies

 

Vandaag zijn producenten gehaaide zakenlui waarvan sommigen nog nooit een voet in het theater hebben gezet. De kosten van een doorsnee Broadway show zijn zo hoog, dat achter elke show minstens een dozijn producers –of liever geldschieters (of wolven?)- schuilgaat.

 

In 1971 was de musical Follies, met 550 kostuums en talloze decorwissels, de duurste productie ooit: 800.000 dollar. Ondanks 522 voorstellingen (veel voor die tijd) geraakte Follies nauwelijks uit de kosten. Vandaag lopen de productiekosten op in de miljoenen. Om The Producers op poten te zetten, legden veertien investeerders tien miljoen bijeen. Ook Hairspray kostte 10 miljoen, Wicked zelfs 14 miljoen.

 

=4> 

Kim So Hyun als Christine in de Koreaanse productie van Phantom of the Opera

 

Het spreekt vanzelf dat de kosten van een hedendaagse show niet in één klap kunnen worden terugverdiend, zelfs niet met VIP-kaartjes aan 480 dollar het stuk (zoals het geval was bij The Producers). Om breakeven te bereiken, diende Wicked gedurende anderhalf jaar 1.300 kaartjes per voorstelling te verkopen. Het is maar zeer de vraag of in het huidige klimaat West Side Story of om het even welke Sondheim musical ooit een kans zou maken.

  

Nu, aan die evolutie is op zich niets speciaals. Je ziet dezelfde ontwikkeling in Hollywood: van Selznick tot Sony Pictures. Het is de overgang van de artisanale winkel naar de supermarkt. Het verklaart ook waarom de shows van de laatste 25 jaar zo lang lopen. Op 22 mei 2007 ziet de top tien er als volgt uit (* = loopt nog). 8 op 10 gingen pas na 1982 van start.

 

-          The Phantom of the Opera (1988 - *): 8.053 voorstellingen

-          Cats (1982-2000): 7.485

-          Les Misérables (1987-2003): 6.680

-          A Chorus Line (1975-1990): 6.137

-          Oh! Calcutta (revival) (1976-1989): 5.959

-          Beauty and the Beast (1994 - *): 5.385

-          Rent (1996 - *): 4.617

-          Chicago (revival) (1996 - *): 4.370

-          Miss Saigon (1991-2001): 4.097

-          The Lion King (1997 - *): 4002

 

Recentere producties kunnen uiteraard nog niet voorkomen in die lijst. Verder valt het op dat revivals het veel langer uithouden dan hun origineel. Van de shows die het meer dan 800 voorstellingen uitzongen, zijn de volgende vandaag nog altijd te zien (of net afgesloten):

 

-          The Producers (2001-april 2007): 2.502

-          Mamma Mia! (2001 - *): 2.340

-          Hairspray (2002 - *): 1.976

-          Avenue Q (2003 - *): 1.588

-          Wicked (2003 - *): 1.484

-          Monty Python’s Spamalot (2005 - *): 899

-          The 25th Annual Putnam County Spelling Bee (2005 - *)

 

Met andere woorden, ruim een derde van de stukken die vandaag op Broadway te zien zijn, houden het al meer dan 800 voorstellingen uit.

 

musical2

Julie Andrews presenteert 'Broadway, The American Musical' 

 

Kijken we naar de opbrengsten van de grootste hits, dan gaan onze oren fluiten. De succesvolste producties blijven immers niet trappelen op de planken in New York, maar veroveren de hele wereld. In de documentaire Broadway, The American Musical van 2004 (alweer een aanrader, en verkrijgbaar op dvd in zone 2) wordt uitgelegd dat Cats, The Phantom of the Opera, Les Miz en Miss Saigon samen wereldwijd 8 miljard dollar opbrachten. Dat is meer dan de totale omzet van Star Wars, Raiders of the Lost Ark, Jurassic Park en Titanic! Drie ervan zijn van Andrew Lloyd Webber, Les Miz van het Franse duo Claude-Michel Schönberg en Alain Boubil.

 

Ter vergelijking met boven: Broadway Baby vertolkt door de toen 80-jarige Elaine Stritch (in 2005, ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Sondheim)

 

Valt die ontwikkeling te betreuren? Ja en nee. Het geldgeweld heeft in de eerste plaats een artistieke prijs. Achter veel shows gluurt tegenwoordig een element van fake. Anderzijds heeft het spelen op zeker een hausse in de revivals veroorzaakt. Klassiekers als Guys and Dolls, Porgy and Bess, Chicago… zijn daardoor opnieuw te bewonderen. En de mondialisering –ook van Broadway- heeft vroeger onbereikbare shows in New York doen overwaaien naar theaters in Antwerpen, Brussel en Amsterdam. Misschien wordt binnen dertig jaar wel teruggeblikt op vandaag als een gouden eeuw…

 

 

Chita Rivera & Gwen Verdon in originele versie van Chicago (1984)

13:01 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: broadway, andrew lloyd webber, stephen sondheim, 014 |  Facebook |