13-06-07

Patti LuPone: Madame Claxon van Broadway

Patti's vertolking van Sondheims "Being Alive" uit Company

Naast Bernadette Peters is Patti Lupone voor mij een van de grootste Broadway diva’s van de laatste vijfentwintig jaar (ook al is ze maar een miezerige 1,57m lang). Geboren op 21 april 1949 in Northport Long Island, vlakbij New York, werd ze genoemd naar haar betovergrootmoeder, de negentiende-eeuwse operazangeres Adelina Patti. Zingen heeft ze dus met de papfles mee.

In de jaren 60 vormde ze samen met haar tweelingbroers The Lupone Trio, maar ze leerde haar stiel vooral in de eerste helft van de jaren 70 in The Acting Company, opgericht door John Houseman. In 1973 debuteerde ze op Broadway als Irina in The Three Sisters, een rol die ze hernam in de revival van 1975. Sindsdien was ze niet meer van de planken weg te slaan, met rollen in The Beggar’s Opera (1973), Measure for Measure (1973), Scapin (1973), Next Time I’ll Sing to You (1974), The Robber Bridegroom (1975) Edward II (1975), waarin ze Prins Edward vertolkte, The Time of Your Life (1975), The Water Engine (1978) en Working (1978).

Ondertussen zorgde haar indrukwekkende keelgat en dito stembanden ervoor dat ze de rol van Evita veroverde in de gelijknamige musical van Andrew Lloyd Webber, een vertolking die haar internationale faam, een Tony en het begin van een film- en tv-carrière opleverde.

Op Broadway bleef Patti verder brokken maken, ondermeer als Nancy in Oliver! (1984), als Reno Sweeney in Anything Goes waarvoor ze opnieuw een Tony nominatie in de wacht sleepte (1987-1989), als host in Company (1993), in haar eigen show Patti Lupone on Broadway (1995), als vervangster voor de rol van Maria Callas in Master Class (1995-1997), als Jolly in The Old Neighborhood (1997-1998), als Dotly Otley in Noises Off (2001-2002) en last not but least als Mrs. Lovett in de schitterende revival van Sweeney Todd (2005-2006), waarover binnenkort een recensie.

 

Patti LuPone samen met George Hearn in de concertuitvoering van Sweeney Todd (2001)

Ze maakte ook furore in de Londense West End, ondermeer als Fantine in Les Misérables . Voor haar werk in Les Miz en The Craddle Will Rock mocht ze in 1985 als eerste Amerikaanse de prestigieuze Olivier Award in ontvangst nemen.

Voor haar tv-werk kreeg Patti twee Emmy-nominaties, voor haar rol van Lady Bird in LBJ: The Early Years en voor die van Libby Thatcher in de hitserie Life Goes On. Daarin speelt ze de moeder van een zoon die lijdt aan Dow syndroom. Geen muzikale serie, maar La LuPone mocht wel de titelsong Ob-La-Di, Ob-La-Da inzingen. Ze dook ook op in populaire series als Frasier, Law & Order en Oz, en in films als Witness (1985) en Driving Miss Daisy (1989).

Andere successen oogstte ze in (o.a.) concertversies van Pal Joey, Passion, A Little Night Music, Candide en Sweeney Todd. Binnenkort (in juli 2007) staat ze in het NY City Center als Mama Rose in Gypsy... Enne... LuPone veracht microfoons en zingt dus meestal zonder. Niet dat ze er een nodig heeft.

 

 

Patti in revival van Anything Goes (Cole Porter). Let op de tekst en bedenk dat ze in 1934 geschreven is...

19:50 Gepost door Jean Lievens in optreden | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sweeney todd, evita, patti lupone, 015, 022 |  Facebook |