30-04-09

Sunset Boulevard: absolute aanrader

Een kleine cast van slechts 12 acteurs, die niet alleen de pannen van het dak acteren en zingen maar ook nog eens alle muziekinstrumenten voor hun rekening nemen, en een fenomenale Kathryn Evans als Norma Desmond... Ik kan maar één ding zeggen: mis de revival van Andrew Lloyd Webbers onderschatte musical Sunset Boulevard niet die al een tijdje in Londen speelt.

sunset460
  

07:16 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sunset boulevard |  Facebook |

03-11-08

Sondheim - The Story So Far

31JiYyXYbUL__SS400_
Op 30 september verscheen een prachtig uitgegeven cd-box die op vier schijfjes, in chronologische volgorde, een mooie synthese biedt van het (voorlopige) oeuvre van Stephen Sondheim. Fraaie vormgeving, goed geïllustreerd boekje, een goede selectie van songs (maar dat is natuurlijk subjectief), kortom, een must in de collectie van elke Sondheim-liefhebber. Helaas is Amazon.uk al door zijn voorraad heen, maar je kunt ze via deze site toch bestellen aan de alternatieve verkopers, voort een pak minder geld overigens (officiële prijs is 35,98 £ + 21 % btw, of $ 54,98)

 box

 

17:56 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: stephen sondheim, the story so far |  Facebook |

29-07-08

Once upon a Mattrass

ExplorePAHistory-a0j9t6-a_349

Once upon a Mattrass opende off Broadway in mei 1959 en verhuisde daarna vier keer om na 244 voorstellingen te eindigen in het St. James Theatre op Broadway. Een van de redenen van het succes van deze door Mary Rodgers (dochter van Richard Rodgers) op muziek gezette sprookje was ongetwijfeld de zang- en acteerprestatie van de verrukkelijke Amerikaanse comédienne Carol Burnett die in de huid kroop van prinses Winnifred. In november 1996 hield de revival met Sarah Jessica Parker het 188 voorstellingen vol. Carol Burnett, 75 ondertussen, dook in 2005 echter opnieuw op in de tv-bewerking van een van Amerika’s populairste musicals, maar ditmaal als de vreselijke Queen Aggravain. Alleen al voor haar verschijning is de film de moeite waard.

Once Upon A Mattress is gebaseerd op het populaire sprookje ‘De prinses op de erwt’ van Hans Christian Andersen. Het verhaal speelt zich af in een fictief koninkrijk waar de gemene Queen Aggravain (Carol Burnett) en haar stomme (in de zin van niet kunnen speken) echtgenoot Koning Sextimus (Tom Smothers) de scepter zwaaien. Queen Aggravain is het soort moederkloek dat geen enkel meisje goed genoeg vindt voor haar zoon Prins Dauntless the Drab (Dennis O’Hare). Elke huwbare prinses stelt ze voor onmogelijke opdrachten. Zo luidt de laatste vraag uit de test voor prinses nr. 12: “Wat was de middelste naam van de schoondochter van de beste vriend van de smid die het zwaard smeedde dat het beest doodde?” Het wicht zat er één lettertje naast en buisde. Zo geraakt de prins natuurlijk nooit aan zijn grief, maar er is meer. Zolang hij niet gehuwd is, mag niemand anders in het koninkrijk trouwen.

mattress2

De poppen gaan helemaal aan het dansen wanneer Sir Henry (Matthew Morrison), de belangrijkste ridder aan het hof, ontdekt dat zijn vriendinnetje Lady Larken (Zooey Deschanel) zwanger is. Hij gaat koortsachtig op zoek naar de laatste prinses van het rijk en keert terug met prinses Winnifred (Tracey Ullman), een slordige wildebras die het hart van de radeloze prins echter meteen harder doet bonzen, tot afschuw van zijn moeder. De Queen, bijgestaan door haar tovenaar (Edward Hibbert), bedenkt meteen een snood plan om ook Winnifred uit te schakelen. De prinses moet bewijzen dat ze gevoelig genoeg is. De Queen verbergt de kleinste erwt van het koninkrijk onder haar bed, bestaande uit 20 opeengestapelde matrassen. Alleen als de nietsvermoedende prinses de slaap niet kan vatten, zal ze haar gevoeligheid bewijzen en kunnen trouwen met de prins. Om zeker te zijn, stort ze Winnifred eerst nog in een uitputtingsslag op de dansvloer, dient nog een brouwsel van warme melk met opium op als slaapmutsje en laat de tovenaar een slaapliedje zieken (in een waanzinnige scène). Winnifred doet echter geen oog dicht omdat Koning Sextimus, die de snode plannen van zijn echtgenote heeft afgeluisterd, de bovenste matrassen vol scherpe voorwerpen en wapentuig heeft laten steken. Eind goed, al goed.

EdwardCarol2

Over de twee Broadway versies kan ik me niet uitspreken, wel over de film (helaas alleen verkrijgbaar in zone 1). Grote cinema is Once upon a Mattrass zeker niet. De decors doen goedkoop aan en het blijft in de eerste plaats verfilmd toneel. Maar de vertolkingen zijn heerlijk. Eerst en vooral Burnett die er op haar 72ste niet alleen schitterend uitziet, maar ook zingt als de beste. Ook de toen 46-jarige Tracey Ullman zet een stevige (!)Winnifred neer. De redelijk hoge leeftijd van de geliefden (Dennis O’Hare was 43) geeft een extra absurditeit aan de hoge eisen van de koningin. Ook Edward Hibbert (die de meesten onder ons kennen als Gil Chesterson, de verwijfde culinaire criticus uit Frasier) is een showsteler. Je bescheurt je wanneer hij uitgedost als bonte vogel met getuite lippen een slaapliedje zingt (ka, ka, ka, ka…) als genadeslag om de prinses in slaap te krijgen. Tot slot is ook opstormend talent Matthew Morrison (onlangs nog in het Lincoln Center te bewonderen als luitenant Joseph Cable in de fantastische revival van South Pacific) als sir Henry het zien en luisteren meer dan waard.

Carol Burnett in 1964 als Prinses Winnifred

 

Sarah Jessica Parker in 1996 als Prinses Winnifred

 

Carol Burnett in 2005 als Queen Aggravain

 

28-07-08

Li'l Abner

abner

Er zijn zo van die musicals die te Amerikaans zijn om hier enige bekendheid te genieten en te tijdsgebonden voor een revival. Neem nu Li’l Abner die opende in het St.James Theatre van New York op 15 november 1956. De toneelopvoering die gebaseerd is op een populaire strip van Al Capp, werd in 1959 vrijwel ‘letterlijk’ verfilmd door Melvin Franklin, met kleurrijke, bordkartonnen decors en grotendeels dezelfde cast. De recent overleden Michael Kidd (1915-2007) tekende voor de indrukwekkende choreografie.

Gezien door de ogen van vandaag, lijkt Li’l Abner meer een ode aan gay camp, die zelfs aan de aandacht van Paul Roen, auteur van de filmgids High Camp I & II, ontsnapte. Het verhaal in een mininotendop: Li'l Abner Yokum (Peter Palmer) is een knappe spierbundel met een hart van goud. Een minpuntje: hij is meer geïnteresseerd in vissen met zijn vrienden dan in zijn vriendinnetje Daisy Mae, in de film vertolkt door Leslie Parrish (op Broadway door Edie Adams).

Als de regering hun dorp Dogpatch uitpikt als testgrond voor de atoombom omdat ze het de meest nutteloze gemeente van de VS vindt, proberen de dorpelingen daar een stokje voor te steken. De enige manier waarop ze de snode plannen van de regering kunnen doorkruisen, is door aan te tonen dat er wel degelijk iets nuttigs kan gevonden worden in het dorp. En wat blijkt? Li’l Abner heeft zijn mooie looks te danken aan Yokumberry Tonic, een brouwsel van zijn oude Mammy. De drank wordt uitgetest op een aantal lelijkerds van het dorp, die stuk voor stuk veranderen in adonissen. Perfecte studs, eeuwig jong en mooi, maar er is één nadeel: ze zijn totaal niet meer geïnteresseerd in “romantische liefde” (lees: meisjes).

music249

Peter Palmer herneemt in de film de titelrol. Hij lijkt wel de sympathieke, lieve broer van Gaston uit Beauty and the Beast. Ook andere spelers deden hun Broadway vertolking over in de film: Joe E. Marks als Pappy Yokum, de toen 27-jarige Billie Hayes (die vooral roem oogstte in H.R. Pufnstuf als Whichiepoo) als Mammy, Stubby Kaye als Marryin' Sam en Bern Hoffman als Earthquake McGoon… De film is vooral de moeite waard voor de uitzinnige dansnummers op muziek van Johnny Mercer en Gene DePaul en gechoreografeerd door Michael Kidd (die ook tekende voor de dansnummers in o.a. Guys and Dolls en Finian’s Rainbow).

Volwassenen die het kind in zich hebben bewaard en verder zien dan de cartooneske vertolkingen, zullen zeker de absurde en soms bijtende humor weten te appreciëren. Tot slot duiken in de film sporadisch een aantal oude bekenden op, zoals Jerry Lewis en de toen volstrekt onbekende Valerie ‘Rhoda’ Harper.

 

14:41 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 033, li l abner |  Facebook |

26-07-08

Van Gertrude Lawrence tot Julie Andrews

3374324

Gertrude Lawrence (1898-1952) is een legendarische Broadway-diva. Straffe madam, want naar verluid kon ze niet zingen, niet acteren en niet dansen, maar toch hield ze iedereen in de ban. Geboren in Londen als Gertrude Alexandria Dagmar Lawrence-Klasen stond ze al vanaf haar tiende op de planken, maar ze verwierf pas echte sterdom in New York.

Haar vertolkingen op Broadway (waar ze vaak optrad in lichte komedies van Noel Coward) inspireerden componisten en schrijvers als George en Ira Gershwin die voor haar de musical Oh, Kay schreven, met het legendarische nummer ‘Someone To Watch Over Me’, prachtig vertolkt door Julie Andrews in de film Star! Cole Porter schreef voor haar Nymph Errant, Noel Coward Private Lives en Tonight at 8:30.

R&H_(109)[1]

Ze schitterde als Liza Elliot in Moss Hart (Kurt Weil) en oogstte succes in Lady in the Dark van Ira Gershwin. In 1946 overtuigde ze Rogers en Hammerstein om Anna and the King of Siam om te turnen in een musical. Het resultaat was The King and I, een van de grootste meesterwerken uit de musicalgeschiedenis. In 1952 won Gertrude de Tony voor haar vertolking van Anna, maar stierf in hetzelfde jaar aan leverkanker.

Gertrude Lawrence trad op in verschillende films, waaronder No Funny Business (1933) met Lawrence Olivier en Mimi (1935) met Douglas Fairbanks Jr. Ze speelde ook Geertje Dirx in Rembrand (1929) met Charles Laughton en Elsa Bride of Frankenstein Lanchester. Maar Gertie is vooral bekend van een film uit 1968, Star! met Julie Andrews. Wat te denken van de film?

78104398

Volgens Hitchcock is drama niets anders dan het leven, met de saaie stukjes eruit geknipt. Helaas voor Star! vergat Robert Wise een dik uur pellicule weg te knippen. Julie Andrews is geweldig, maar loopt verloren in een warrig script dat weinig ruimte laat voor empathie met de hoofdpersonages. Hoewel het wel moet gezegd: Danniel Massey zet een geweldige Noel Coward neer.

Nu, voor fans van Julie Andrews (en daar reken ik mezelf bij) en het muzikale theater blijft Star een festijn, ook al is het er een met indigestie achteraf. Het verrukkelijke van Julie Andrews is dat ze altijd haar schitterende zelf blijft. Maar dat is ook haar zwakte. Je ziet Julie Andrews, nooit Gertrude Lawrence. Zelfs als egocentristische bitch met kapsones blijft Julie… euh… Julie.

Als biografie van Gertrude Lawrence schiet Star dan ook tekort. Maar goed, dat was niet de bedoeling van Robert Wise die zich wou beperken tot het leven van Gertie tussen de twee wereldoorlogen in. Toch vraag ik me af waarom de film een loopje neemt met de mannen in het leven van de musicalster. Haar eerste man in de film heet Jack Roper en is niet veel ouder dan zij. In werkelijkheid heette hij Frank Gordon-Howley en was twintig jaar ouder. De bankier die ze later in de film ontmoet heette Bert Taylor, niet Ben Michell.

78104390

Maar goed, dat alles doet niets af van het feit dat sommige muzikale nummers tot de top van het genre behoren. Ook de decors, kostuums en historische reconstructie van het interbellum zijn verbluffend. De regisseur (Robert Wise), producer (Saul Chaplin) en ster (Julie Andrews) zijn dezelfde als die van The Sound Of Music (1965). Maar een winnend team was het deze keer niet. Net als Doctor Dolittle (1967) en Hello Dolly (1968) flopte Star! grandioos aan de kassa. Die drie films worden dan ook de doodgravers van het genre beschouwd en voor de twijfelaars gaf Mame in 1974 de genadeslag.

De veelzijdige Robert Wise noemt het floppen van Star een van zijn grootste teleurstellingen. Hij vindt dat zijn film tot een van de beste musicals van Hollywood behoort. Dat lijkt me sterk overdreven en een tikje onbescheiden. Maar de dvd (jammer van de spuuglelijke hoes) is voor een habbekrats te koop en als je de drie uur niet kan uitzitten, bekijk de film dan met de commentaartrack van de oude meester en leer iets bij.

 

En hier: Someone To Watch Over Me, een kippenvelvertolking van Martha Wainwright, zuster van.

 

11-07-07

Dreamgirls: not my cup of tea

Hollywood verfilmt Broadway aan de lopende band: Chicago, The Producers, Rent, Phantom of the Opera, Hairspray en binnenkort Sweeney Todd. Nu Dreamgirls net uit is op DVD, wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om de film door de mangel te halen. De opvoering op Broadway heb ik niet gezien en kan me dus niet uitspreken of de vertaling ervan naar het witte doek al dan niet geslaagd is. Maar noch de film, noch de muziek konden me bekoren.      

 

dreamgirls

 

 

Dreamgirls opende op Broadway in december 1981 en hield het 1.521 voorstellingen vol. Maar de revival van 1987 gaf er na 177 opvoeringen al de brui aan. Het verhaal is losjes gebaseerd op dat van The Supremes en Motown. Deena Jones (een tien kilo afgevallen Beyoncé Knowles), Effie White (een tien kilo aangekomen Jennifer Hudson) en Lorrell Robinson (een verdienstelijke Anika Noni Rose) vormen samen de Dreamettes. Via producent Curtis Taylor Jr. (Jamie Foxx) trekken ze voor het eerst publieksaandacht als achtergrondkoortje van James ‘Thunder’ Early (Eddy Murphy), een soulzanger op retour. Al gauw breken ze door als sologroep, en de miserie begint. Zowel voor de personages als de toeschouwers.

 

Eerste valse noot: de muziek. De Dreamettes, later omgedoopt tot de Dreams, lijken als twee druppels op de Supremes, op één ietsepietsie verschilletje na: de muziek. Het is totaal ongeloofwaardig dat het publiek zo uit de bol gaat voor de schreeuwerige nummers van Krieger, ook al zijn ze gebracht in een suikerspinnendecor dat zelfs de travesties van Prescilla, Queen of the Desert overdreven zouden vinden. Terwijl je met naar beneden wijzende mondhoeken kriegel wordt van de soundtrack van Krieger, zit je te snakken naar ‘Baby Love’, ‘Stop in the Name of Love’ of ‘You Cant’t Hurry Love’. Waarom een fictief verhaal verfilmen als het origineel zoveel beter is?

 

DG_08_1280

Jennifer Hudson: stem als klok kan zwakke score niet goedmaken

 

De zwakke score blijft bovendien niet beperkt tot het podium, ook in het midden van de dialogen barsten de spelers uit in gezang dat zelfs loopse katers jaloers zou maken. Als Effie na haar ontslag uit de band woedend op haar manager afstormt, zet ze haar keelgat open in plaats van hem een dreun in het gezicht te verkopen. Nu ja, voor Jamie Foxx is de schade nog groter, maar waarom moet het publiek in de klappen delen? Begrijp me niet verkeerd, Jennifer Hudson heeft een stem als een klok, maar klinkt vaak alsof ze tot bekentenissen wordt gedwongen in Guantanamo.

 

07

Eddy Murphy: komisch acteur in rol van professionele zanger

 

Ten slotte is er de cast. Eddy Murphy kreeg een Oscarnominatie, maar werd geklopt door Alan Arkin (Little Miss Sunshine). Hoewel de zwarte komiek in een karaokebar ongetwijfeld met de kalkoen zou lopen, weet hij mij niet te overtuigen als professionele zanger. In zijn rol van verweerde junk ontpopt hij zich als begenadigd dramatisch acteur, maar op het podium kan hij het bekkentrekken niet laten. Ik zie weer Axel Foley en hoor de ezel uit Shrek. Jennifer Hudson mag de Oscar voor beste actrice in een ondersteunende rol wel op haar schoorsteen zetten, maar dat bewijst nogmaals dat de Academy beter naar een geriatrische instelling zou gaan in plaats van te jureren. Jamie Foxx is altijd goed, Anika Noni Rose een aangename verrassing, maar Beyoncé die in de schoenen van La Ross moet kruipen, vult amper de grote teen.

 

Ben ik niet te streng voor Dreamgirls? Ongetwijfeld. Niet omdat ik baal van musicals, maar juist omdat ik er dol op ben. Bill Condon is een talentvolle scenarist (van ondermeer Chicago, Kinsey en Gods and Monsters) en een niet onverdienstelijke regisseur. Dreamgirls vertelt een interessant verhaal en heeft al bij al geen slechte cast. Maar een zwakke muzikale score wordt er echt niet beter op door ze harder te zingen en te overgieten met een strooplaag waaronder zelfs de Sissifilms zouden bezwijken. Een goede film? In your dreams!   

30-04-07

Meisje en het Beest

Vanuit een ongemakkelijke stoel in de nok van de Antwerpse stadsschouwburg heb ik meer genoten van Beauty and the Beast dan vanuit een orkestbakplaats in het Lunt-Fontanne theater in New York. Aan het zitje zal het dus zeker niet gelegen hebben. Aan wat dan wel?

 

Beauty%20Beast%20small

Misschien ben ik in mijn vorige beoordeling te negatief geweest, maar dat verklaart niet waarom ergernis opeens heeft plaats geruimd voor appreciatie en zelfs een tikje enthousiasme. Op het einde van de show moest ik zelfs een traantje wegpinken. Hoe kan een Vlaamse versie van een Broadway musical beter ogen (niet klinken) dan het origineel? Volgens mij zijn er zowel objectieve als subjectieve redenen.

 

 

Beauty en de Beast opende op Broadway in 1994 en heeft al meer dan 5.000 voorstellingen achter de rug. De Vlaamse versie liep in Antwerpen van 25 januari tot 27 april 2007. Dat kan op zich al een reden zijn waarom de Vlaamse productie frisser aanvoelde dan de Amerikaanse, maar er is meer. Het aftandse, stoffigere en kitscherige decor op Broadway stak ongunstig af tegen het sprankelende en innovatieve toneel in Antwerpen. Ook de kostuums leken kleurrijker en, mag ik het zeggen, properder. Misschien zijn die op Broadway na dertien jaar aan vervanging toe?

 

beauty_a_t_beast_1

Jan Schepens: betere prins dan beest 

 

Dan is er de Nederlandse vertaling door Martine Bijl en de Vlaamse hertaling door Els De Schepper, die een aantal spitsvondigheden aan het origineel hebben toegevoegd. Zo zijn er enkele grappige woordspelingen (stop met lullen, Lulière) die in het Engels natuurlijk niet werken. Ik was ook verrast door sommige adaptaties in de liedjesteksten (hoe is “Niemand pist omhoog als Gaston” ooit door de Disney-censuur geraakt?) De vertaling van de hoofdsong ‘Meisje en het Beest’ deed dan weer mijn wenkbrauwen fronsen (wat is er mis met Schone en het Beest of -ter wille van de alliteratie- Belle en het Beest?). En op een of andere manier werkt het Franse accent van Lumière en Babette beter in het Vlaams dan in het Engels. 

 

beauty_a_t_beast_2

Peter Van de Velde moest het onderspit niet delven als Lumière

 

Ook de vertolkingen moesten in het algemeen niet onderdoen voor die op Broadway. Ik verkoos de Maurice van Koen Crucke boven die van Jamie Ross. In tegenstelling tot de ergerlijke Aldrin Gonzales zette Steve Beirnaert een zeer grappige Lefou neer. Peter Van de Velde moest het onderspit niet delven voor John Tartaglia als Lumière en Marc Lauwrys stal de show als ‘Tickens’ (Cogsworth in de Amerikaanse versie). Die pasjes! Ook Goele De Raedt plantte een zeer geslaagde ‘plumeau’ Babette neer en Kirsten ‘La Commodia’ Cools was een stuk ingetogener en bijgevolg overtuigender dan de karikatuur die Mary Stout als ‘Madame de la Grande Bouche’ ervan maakte. De Vlaamse versie was ook iets zuiniger en smaakvoller op het vlak van slapstick. In plaats van me te ergeren, lachte ik gewoon met de zaal mee. Dus niets dan lof tot nog toe.

 

Ann Van den Broeck was zeer verdienstelijk als Belle, maar kan qua stemgeluid net niet tippen aan haar Nederlands-Amerikaanse evenknie Anneliese Van Der Pol. René van Kooten was zeker niet slecht als Gaston, maar ik verkoos toch de bariton en cartooneske vertolking van James Patterson. Rest nog het Beest. Er gaat vanuit Jan Schepens als monster evenveel dreiging uit als vanuit Grizabella in Cats. Ik verwachtte elk moment dat hij in “Memory” zou losbarsten. Qua gestalte verzinkt Schepens in het niets bij de theepot, de kandelaar en de commode. Hij zingt en acteert als de beste, maar voor de bovenste rijen lijkt hij meer op Judy Garland tussen de leeuw, de vogelschrik en de tinnen man. Als sprookjesprins weet hij dan weer wel beter te overtuigen dan Steve Blanchard. Nu ja, die laatste blijft ook na zijn metamorfose er nog altijd uitzien als een beest.

 

beauty_a_t_beast_3

Glitter van Broadway naar Vlaanderen 

 

Naast al die objectieve kwaliteiten zijn er ook een aantal niet te versmaden subjectieve elementen die in het voordeel van de Vlaamse versie uitdraaien. In New York moet je kiezen uit wel dertig musicals. Bij de minste teleurstelling wou je dat je in het theater naast de deur zat. In Vlaanderen heb je die keuze niet. Bovendien streelt het de nationale ijdelheid dat de glitter van Broadway tot in Vlaanderen is doorgedrongen. Je geniet dus omdat het hier gebeurt. Normaal verkies ik altijd wel het origineel boven de vertaling. Maar als een musical overbekend is, kan een vertaling er een frisheid aan geven die het origineel niet langer heeft. De vertaling voegt er dan iets aan toe in plaats van er iets van weg te nemen. De Joop van de Ende Theaterproducties zijn daarin geslaagd. Ze hebben Beauty and the Beast niet alleen een nieuw kleedje aangemeten, maar ook fris ondergoed. En daarom ruikt de roos lekkerder.

15:05 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 007, beauty and the beast, vlaamse versie |  Facebook |

24-04-07

Schone of Beest?

Net terug van New York met vijf musicals achter de kiezen: Beauty and the Beast, Spring Awakening, The 25th Annual Putnam County Spelling Bee, The Drowsey Chaperone en Company, in opgaande lijn van persoonlijke appreciatie.

 

Laten we beginnen met “Beauty and the Beast”. Tegen beter weten in (zie vorig artikel) kopen we tickets aan de box-office van het Lunt-Fontanne theater. Waarom niet eigenlijk? “Beauty and the Beast” is de op vijf na langst lopende musical op Broadway en sluit in juli definitief de deuren. Bovendien achten we het materiaal van de klassieker van Cocteau evenals de vertaling ervan naar de tekenfilm van Disney zo onverwoestbaar dat het ons onmogelijk lijkt het te verknoeien. Verkeerd gedacht... We hebben ons sinds “The Producers” niet meer zo geërgerd.

 

SH101010

Lunt-Fontanne Theatre 

 

Een feest voor kinderen

 

Oké, voor mensen met kinderen (of de mentaliteit van kinderen) is de Broadwayversie best te pruimen. Dat getuigen ook de lachsalvo’s in de zaal telkens een acteur zich bezondigt aan overacting (dus de hele voorstelling door).  Want laten we het eerst even over het met cellofaan ritselende publiek hebben, dat vooral uit toeristen en Amerikanen met kleine kinderen bestaat. Beide delen een beperkte Engelse woordenschap en proesten het uit bij elke flauwe grap die ze begrijpen. En natuurlijk bij elke valpartij, vuistslag of andere slapstickgag. Achter ons klinkt af en toe de Duitse vertaling van de meest triviale grappen. Wat moeilijkere dialogen blijven onvertaald. Naast mij een Aziatische New Yorkse die mij vlak voor de aanvang van de voorstelling verwelkomt in ‘haar stad’ en vervolgens na elke regel dialoog een goed- of afkeurende ‘hm, hm’ uit. Gelukkig geen luchter in het decor, of ik hing erin.

 

Natuurlijk hoeft een stuk dat zich vooral naar kinderen richt niet slecht te zijn. Volwassenen kunnen evengoed met volle teugen genieten van de Oscargenomineerde tekenfilm uit 1991. Maar de dubbele bodems en knipogen die aan kinderen ongemerkt voorbijgaan maar door volwassenen des te meer gesavoureerd worden, zijn onvindbaar in de Broadwayversie. In de plaats daarvan worden af en toe in regelrechte vaudevillestijl een paar borsten omhoog geduwd. Gelachen dat we hebben! De oorspronkelijke muziek bleef gelukkig bewaard, maar de nieuwe nummers haalden helaas niet hetzelfde niveau.

 

Een positieve noot

 

Omdat het onfair zou zijn het hele stuk af te kraken, willen we graag een pluim geven aan de Nederlandse actrice Anneliese Van Der Pol die mooi gestalte geeft aan Belle. Prachtige, sterke stem en een redelijke vertolking. Hoe harder ze zingt, hoe luider het applaus. In de voorstelling die wij bijwonen, speelt stand-by James Patterson met verve de rol van Gaston. Tussen haakjes, wees nooit misnoegd als een speler wordt vervangen door een stand-by of een understudy (een understudy speelt mee in een kleinere rol maar kan indien nodig inspringen voor een belangrijkere rol; een stand-by wordt enkel gebruikt in zeer grote shows ter vervanging van een beroemde acteur of voor een bijzonder moeilijke rol). Meestal doen ze enorm hun best om een goede beurt te maken zodat hun prestatie die van de ‘normale’ acteur of actrice vaak overtreft. Bovendien hoeft een vervanger geen nobele onbekende te zijn. Bebe Neuwirth (Lilith uit Cheers) speelde in de 1986 revival van ‘Sweet Charity’ de bijrol Nicky (en werd daarvoor beloond met een Tony Award), maar was ook understudy voor Donna Murphy die de hoofdrol Charity voor haar rekening nam. Nathan Lane, een van de grootste Broadwaysterren van het moment, had een stand-by in de revival van ‘A Funny Thing Happened on the Way to the Forum. Maar dat even terzijde.

 

Terug naar Beauty and the Beast. Andere opvallende verschijning in de rol van levende kandelaar: John Tartaglia, die we enkele jaren geleden nog zagen schitteren in het briljante Avenue Q, maar blijkbaar bezweek voor het grote Disney geld. Jammer. Jeanne Lehman zette een verdienstelijke theepot neer en Mary Stout een Montserrat Cabbalé-achtige kleerkast. Het monster werd vertolkt door Steve Blanchart, die er als beest beter uitzag dan als prins, maar dat is een kwestie van smaak.

 

Beauty and the Beast playing at the Lunt-Fontanne Theatre 

Goed. Als je het stuk niet positief beoordeelt, hoe verklaar je dan het fenomenale succes ervan? Simpel. Het is hetzelfde succes als dat van Independance Day, Meet the Fockers, Night at the Museum of Bruce Almighty, allemaal uit de top 50 van films die de kassa’s het meest deden rinkelen. Het is het succes van FC De Kampioenen boven dat van Stille Waters, van Seventh Heaven boven dat van de Sopranos. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Niet dat er iets verkeerd is aan populair entertainment. Maar ik kan er alleen van genieten als ik eerst mijn verstand op nul zet. En in die klasse verkies ik de Drowsey Chaperone honderd keer boven Beauty and the Beast. Is je brein echter groter dan dat van een erwt, ga dan liever naar Company of The Spelling Bee. Misschien gaat er hier en daar een grap aan je voorbij, maar wat blijft hangen, is tenminste de moeite waard. Both a Little Scared, Neither one Prepared… Beauty and the Beast… Inderdaad, we waren er niet op voorbereid.

18:31 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 006, beauty and the beast, broadway, new york, amerika |  Facebook |