29-07-08

Once upon a Mattrass

ExplorePAHistory-a0j9t6-a_349

Once upon a Mattrass opende off Broadway in mei 1959 en verhuisde daarna vier keer om na 244 voorstellingen te eindigen in het St. James Theatre op Broadway. Een van de redenen van het succes van deze door Mary Rodgers (dochter van Richard Rodgers) op muziek gezette sprookje was ongetwijfeld de zang- en acteerprestatie van de verrukkelijke Amerikaanse comédienne Carol Burnett die in de huid kroop van prinses Winnifred. In november 1996 hield de revival met Sarah Jessica Parker het 188 voorstellingen vol. Carol Burnett, 75 ondertussen, dook in 2005 echter opnieuw op in de tv-bewerking van een van Amerika’s populairste musicals, maar ditmaal als de vreselijke Queen Aggravain. Alleen al voor haar verschijning is de film de moeite waard.

Once Upon A Mattress is gebaseerd op het populaire sprookje ‘De prinses op de erwt’ van Hans Christian Andersen. Het verhaal speelt zich af in een fictief koninkrijk waar de gemene Queen Aggravain (Carol Burnett) en haar stomme (in de zin van niet kunnen speken) echtgenoot Koning Sextimus (Tom Smothers) de scepter zwaaien. Queen Aggravain is het soort moederkloek dat geen enkel meisje goed genoeg vindt voor haar zoon Prins Dauntless the Drab (Dennis O’Hare). Elke huwbare prinses stelt ze voor onmogelijke opdrachten. Zo luidt de laatste vraag uit de test voor prinses nr. 12: “Wat was de middelste naam van de schoondochter van de beste vriend van de smid die het zwaard smeedde dat het beest doodde?” Het wicht zat er één lettertje naast en buisde. Zo geraakt de prins natuurlijk nooit aan zijn grief, maar er is meer. Zolang hij niet gehuwd is, mag niemand anders in het koninkrijk trouwen.

mattress2

De poppen gaan helemaal aan het dansen wanneer Sir Henry (Matthew Morrison), de belangrijkste ridder aan het hof, ontdekt dat zijn vriendinnetje Lady Larken (Zooey Deschanel) zwanger is. Hij gaat koortsachtig op zoek naar de laatste prinses van het rijk en keert terug met prinses Winnifred (Tracey Ullman), een slordige wildebras die het hart van de radeloze prins echter meteen harder doet bonzen, tot afschuw van zijn moeder. De Queen, bijgestaan door haar tovenaar (Edward Hibbert), bedenkt meteen een snood plan om ook Winnifred uit te schakelen. De prinses moet bewijzen dat ze gevoelig genoeg is. De Queen verbergt de kleinste erwt van het koninkrijk onder haar bed, bestaande uit 20 opeengestapelde matrassen. Alleen als de nietsvermoedende prinses de slaap niet kan vatten, zal ze haar gevoeligheid bewijzen en kunnen trouwen met de prins. Om zeker te zijn, stort ze Winnifred eerst nog in een uitputtingsslag op de dansvloer, dient nog een brouwsel van warme melk met opium op als slaapmutsje en laat de tovenaar een slaapliedje zieken (in een waanzinnige scène). Winnifred doet echter geen oog dicht omdat Koning Sextimus, die de snode plannen van zijn echtgenote heeft afgeluisterd, de bovenste matrassen vol scherpe voorwerpen en wapentuig heeft laten steken. Eind goed, al goed.

EdwardCarol2

Over de twee Broadway versies kan ik me niet uitspreken, wel over de film (helaas alleen verkrijgbaar in zone 1). Grote cinema is Once upon a Mattrass zeker niet. De decors doen goedkoop aan en het blijft in de eerste plaats verfilmd toneel. Maar de vertolkingen zijn heerlijk. Eerst en vooral Burnett die er op haar 72ste niet alleen schitterend uitziet, maar ook zingt als de beste. Ook de toen 46-jarige Tracey Ullman zet een stevige (!)Winnifred neer. De redelijk hoge leeftijd van de geliefden (Dennis O’Hare was 43) geeft een extra absurditeit aan de hoge eisen van de koningin. Ook Edward Hibbert (die de meesten onder ons kennen als Gil Chesterson, de verwijfde culinaire criticus uit Frasier) is een showsteler. Je bescheurt je wanneer hij uitgedost als bonte vogel met getuite lippen een slaapliedje zingt (ka, ka, ka, ka…) als genadeslag om de prinses in slaap te krijgen. Tot slot is ook opstormend talent Matthew Morrison (onlangs nog in het Lincoln Center te bewonderen als luitenant Joseph Cable in de fantastische revival van South Pacific) als sir Henry het zien en luisteren meer dan waard.

Carol Burnett in 1964 als Prinses Winnifred

 

Sarah Jessica Parker in 1996 als Prinses Winnifred

 

Carol Burnett in 2005 als Queen Aggravain

 

28-07-08

Li'l Abner

abner

Er zijn zo van die musicals die te Amerikaans zijn om hier enige bekendheid te genieten en te tijdsgebonden voor een revival. Neem nu Li’l Abner die opende in het St.James Theatre van New York op 15 november 1956. De toneelopvoering die gebaseerd is op een populaire strip van Al Capp, werd in 1959 vrijwel ‘letterlijk’ verfilmd door Melvin Franklin, met kleurrijke, bordkartonnen decors en grotendeels dezelfde cast. De recent overleden Michael Kidd (1915-2007) tekende voor de indrukwekkende choreografie.

Gezien door de ogen van vandaag, lijkt Li’l Abner meer een ode aan gay camp, die zelfs aan de aandacht van Paul Roen, auteur van de filmgids High Camp I & II, ontsnapte. Het verhaal in een mininotendop: Li'l Abner Yokum (Peter Palmer) is een knappe spierbundel met een hart van goud. Een minpuntje: hij is meer geïnteresseerd in vissen met zijn vrienden dan in zijn vriendinnetje Daisy Mae, in de film vertolkt door Leslie Parrish (op Broadway door Edie Adams).

Als de regering hun dorp Dogpatch uitpikt als testgrond voor de atoombom omdat ze het de meest nutteloze gemeente van de VS vindt, proberen de dorpelingen daar een stokje voor te steken. De enige manier waarop ze de snode plannen van de regering kunnen doorkruisen, is door aan te tonen dat er wel degelijk iets nuttigs kan gevonden worden in het dorp. En wat blijkt? Li’l Abner heeft zijn mooie looks te danken aan Yokumberry Tonic, een brouwsel van zijn oude Mammy. De drank wordt uitgetest op een aantal lelijkerds van het dorp, die stuk voor stuk veranderen in adonissen. Perfecte studs, eeuwig jong en mooi, maar er is één nadeel: ze zijn totaal niet meer geïnteresseerd in “romantische liefde” (lees: meisjes).

music249

Peter Palmer herneemt in de film de titelrol. Hij lijkt wel de sympathieke, lieve broer van Gaston uit Beauty and the Beast. Ook andere spelers deden hun Broadway vertolking over in de film: Joe E. Marks als Pappy Yokum, de toen 27-jarige Billie Hayes (die vooral roem oogstte in H.R. Pufnstuf als Whichiepoo) als Mammy, Stubby Kaye als Marryin' Sam en Bern Hoffman als Earthquake McGoon… De film is vooral de moeite waard voor de uitzinnige dansnummers op muziek van Johnny Mercer en Gene DePaul en gechoreografeerd door Michael Kidd (die ook tekende voor de dansnummers in o.a. Guys and Dolls en Finian’s Rainbow).

Volwassenen die het kind in zich hebben bewaard en verder zien dan de cartooneske vertolkingen, zullen zeker de absurde en soms bijtende humor weten te appreciëren. Tot slot duiken in de film sporadisch een aantal oude bekenden op, zoals Jerry Lewis en de toen volstrekt onbekende Valerie ‘Rhoda’ Harper.

 

14:41 Gepost door Jean Lievens in recentie | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 033, li l abner |  Facebook |

26-07-08

Van Gertrude Lawrence tot Julie Andrews

3374324

Gertrude Lawrence (1898-1952) is een legendarische Broadway-diva. Straffe madam, want naar verluid kon ze niet zingen, niet acteren en niet dansen, maar toch hield ze iedereen in de ban. Geboren in Londen als Gertrude Alexandria Dagmar Lawrence-Klasen stond ze al vanaf haar tiende op de planken, maar ze verwierf pas echte sterdom in New York.

Haar vertolkingen op Broadway (waar ze vaak optrad in lichte komedies van Noel Coward) inspireerden componisten en schrijvers als George en Ira Gershwin die voor haar de musical Oh, Kay schreven, met het legendarische nummer ‘Someone To Watch Over Me’, prachtig vertolkt door Julie Andrews in de film Star! Cole Porter schreef voor haar Nymph Errant, Noel Coward Private Lives en Tonight at 8:30.

R&H_(109)[1]

Ze schitterde als Liza Elliot in Moss Hart (Kurt Weil) en oogstte succes in Lady in the Dark van Ira Gershwin. In 1946 overtuigde ze Rogers en Hammerstein om Anna and the King of Siam om te turnen in een musical. Het resultaat was The King and I, een van de grootste meesterwerken uit de musicalgeschiedenis. In 1952 won Gertrude de Tony voor haar vertolking van Anna, maar stierf in hetzelfde jaar aan leverkanker.

Gertrude Lawrence trad op in verschillende films, waaronder No Funny Business (1933) met Lawrence Olivier en Mimi (1935) met Douglas Fairbanks Jr. Ze speelde ook Geertje Dirx in Rembrand (1929) met Charles Laughton en Elsa Bride of Frankenstein Lanchester. Maar Gertie is vooral bekend van een film uit 1968, Star! met Julie Andrews. Wat te denken van de film?

78104398

Volgens Hitchcock is drama niets anders dan het leven, met de saaie stukjes eruit geknipt. Helaas voor Star! vergat Robert Wise een dik uur pellicule weg te knippen. Julie Andrews is geweldig, maar loopt verloren in een warrig script dat weinig ruimte laat voor empathie met de hoofdpersonages. Hoewel het wel moet gezegd: Danniel Massey zet een geweldige Noel Coward neer.

Nu, voor fans van Julie Andrews (en daar reken ik mezelf bij) en het muzikale theater blijft Star een festijn, ook al is het er een met indigestie achteraf. Het verrukkelijke van Julie Andrews is dat ze altijd haar schitterende zelf blijft. Maar dat is ook haar zwakte. Je ziet Julie Andrews, nooit Gertrude Lawrence. Zelfs als egocentristische bitch met kapsones blijft Julie… euh… Julie.

Als biografie van Gertrude Lawrence schiet Star dan ook tekort. Maar goed, dat was niet de bedoeling van Robert Wise die zich wou beperken tot het leven van Gertie tussen de twee wereldoorlogen in. Toch vraag ik me af waarom de film een loopje neemt met de mannen in het leven van de musicalster. Haar eerste man in de film heet Jack Roper en is niet veel ouder dan zij. In werkelijkheid heette hij Frank Gordon-Howley en was twintig jaar ouder. De bankier die ze later in de film ontmoet heette Bert Taylor, niet Ben Michell.

78104390

Maar goed, dat alles doet niets af van het feit dat sommige muzikale nummers tot de top van het genre behoren. Ook de decors, kostuums en historische reconstructie van het interbellum zijn verbluffend. De regisseur (Robert Wise), producer (Saul Chaplin) en ster (Julie Andrews) zijn dezelfde als die van The Sound Of Music (1965). Maar een winnend team was het deze keer niet. Net als Doctor Dolittle (1967) en Hello Dolly (1968) flopte Star! grandioos aan de kassa. Die drie films worden dan ook de doodgravers van het genre beschouwd en voor de twijfelaars gaf Mame in 1974 de genadeslag.

De veelzijdige Robert Wise noemt het floppen van Star een van zijn grootste teleurstellingen. Hij vindt dat zijn film tot een van de beste musicals van Hollywood behoort. Dat lijkt me sterk overdreven en een tikje onbescheiden. Maar de dvd (jammer van de spuuglelijke hoes) is voor een habbekrats te koop en als je de drie uur niet kan uitzitten, bekijk de film dan met de commentaartrack van de oude meester en leer iets bij.

 

En hier: Someone To Watch Over Me, een kippenvelvertolking van Martha Wainwright, zuster van.