13-08-07

Sweeney Todd: een aanzet tot vertaling

Na het zien van de revival van Sweeney Todd in mei 1996 was ik zo enthousiast dat ik mij prompt aan een Nederlandse vertaling van het script waagde. Maar na wat gegoogle merkte ik tot mijn grote verwondering maar ook opluchting op dat het meeste werk van Stephen Sondheim al in het Nederlands is vertaald, waaronder Sweeney Todd.


Bij het horen van de Hollandse vertaling van het lied ‘The Worst Pies in London’ (‘De slechtste pasteien’ vond ik echt niet lekker bekken) meende ik echter dat een Vlaamse vertaling misschien geen kwade zaak zou zijn. Hierbij een eerste aanzet:


Act 1

Een straat bij de Londense dokken. Een kleine boot verschijnt op de achtergrond met daarin SWEENEY TODD, ANTHONY HOPE en de schipper. ANTHONY is een jonge, opgewekte schippersjongen. Hij draagt een plunjezak over de schouder. TODD is een zwaargebouwde, zwaarmoedige veertiger. Hij zou een smid of dokwerker kunnen zijn. Hij is een piekerende, licht angstaanjagende, in zichzelf gekeerde man.


ANTHONY

Ik heb rondgereisd langs ’s werelds wond’ren,
Van de Dardanellen
Tot de bergen van Peru
Maar niets gaat boven Londen!
Waar mijn heimat ligt.


K‘ hoor de klokken van de stad
Luiden wat ‘k moet doen
Nee, niets gaat boven…


TODD (Zingt grimmig)

Nee, niets gaat boven Londen.


ANTHONY (Verrast door de onderbreking): Meneer Todd… heer?


TODD:

Jij bent jong
’t Leven was goed voor jou.
Je leert nog wel.


(Ze stappen uit de boot, onderliggende muziek)


Hier gaan onze wegen uiteen. Vaarwel, Anthony. Ik zal het schip de Bountiful niet gauw vergeten, en ook niet de man die mijn leven redde.


ANTHONY: Daarvoor hoeft u mij niet te danken, heer. Alleen een slechte Christene zou geen alarm hebben geslagen toen hij u heen en weer zag zwaaien op dat vlot.


TODD: Dat is nu net wat heel wat Christenen wèl zouden doen, zonder er ook maar een nachtje slaap over te verliezen.


(Een bedelares in lompen nadert).


BEDELARES (Nadert verder en reikt ANTHONY een kom aan, zingt):

Aalmoes!
Voor een arme bedelvrouw
Op een kille ellendige morgen


(ANTHONY werpt een muntstuk in haar kom)


Dank u, heer, dank u


(Plots haalt ze als een waanzinnige loops uit)


Wil je een kleine neut, schat,
En met me dansen
Een kleine wip achter de struik?
Heb je geen zin even te rammen
Ik zie het goed, schat
Dat daar iets zit dat rap ontluikt.


(Ze grijpt naar zijn kruis. Terwijl ANTHONY in verlegenheid terugdeinst, wendt ze zich abrupt en pathetisch naar TODD, die zich van haar afwendt)


Aalmoes!
Voor een arme bedelvrouw
Met meer dan een vijs los…
He, meneer, ik ken u…


(Ze staart hem intensief aan) 


TODD: Staar me niet zo aan, vrouwmens. Scheer je weg!


BEDELARES: (Lacht wezenloos):

Meneer, geen zin me te trakteren,
Kom laat ons dansen
Een beetje…


TODD: (Doet alsof hij haar zal slaan): Scheer je weg, zeg ik. Loop naar de duivel!
(Ze deinst terug, staart hem intens aan en druipt vervolgens af)
 
BEDELARES (Zingt terwijl ze weggaat):
Aalmoes!
Voor een wanhopige vrouw…


(Onderliggende muziek)


ANTHONY (Een beetje in de war gebracht): “Excuseert u mij, heer, maar u hoeft dergelijke vrouwen niet te vrezen. Ze is maar een bedelares die ze niet alle vijf op een rij heeft. Londen zit er vol van.


TODD (Half in zichzelf, half aan ANTHONY): “Let niet op mijn uitval, jongen. Ik ben gewoon wat onrustig omdat ik in die vertrouwde straten van vroeger overal de kilte van spookachtige schaduwen voel. Vergeef me.  

   

ANTHONY: Er valt niets te vergeven.


TODD: Vaarwel, Anthony.


ANTHONY: Meneer Todd, vooraleer ik wegga –


TODD (Plotseling fel): Wat is er?


ANTHONY: Ik heb altijd woord gehouden en u nooit in vraag gesteld. Hoe u op dat gammele schipswrak terechtkwam, is uw zaak. Maar toch… tijdens onze wekenlange terugreis begon ik u als een vriend te beschouwen. Als u in Londen moeilijkheden verwacht… Als u hulp nodig heeft – of geld…


TODD (Bijna al roepend): Nee!


(ANTHONY deinst terug, perplex; TODD maakt een kalmerend gebaar, zingt stil en intens)


In de wereld zit een put
Als een diep groot gat
En’ t gespuis in die put
Is erin gezakt


Met een moraal zo laag
Als een varken braakt
En de naam die het draagt, is Londen.


En bovenaan die put
Kijken rijkelui
Met spot in hun gezicht
Neder op die zoo 
Schoonheid verkruimeld tot drek en hebzucht


Ook ik
Heb rond gezeild door ’s werelds wondr’en
Want de wreedheid van de mens
Is zo wonderlijk als Peru,
Maar niets gaat boven Londen!


(Pauze, onderliggende muziek, dan net als in een trance)


Er was een kapper en zijn vrouw
En ze was wondermooi
Een dwaze kapper en zijn vrouw
Ze was zijn reden en bestaan,
En ze was wondermooi.
En ze was zo deugdzaam
En hij was


(Haalt zijn schouders op)


Naïef.


Er was een and’re man die zag
Dat ze wondermooi was,
Een vrome gier van het gerecht
Die met een uitval van zijn klauw
De barbier weggreep van zijn bord.


Dan was het wachten op Godot
Tot dat ze viel,
Zo zacht,
Zo jong,
Zo weg
En o zo wondermooi!


(Pauze, onderliggende muziek)
 
ANTHONY: En die dame, heer – is zij – bezweken?


TODD:
O, het is al zo lang geleden…
I denk dat niemand het nog weet.


(spreekt, onderliggende muziek)


Laat me nu, Anthony, ik smeek je. Ik moet ergens naartoe, ik moet iets uitvissen. Nu. En alleen.


ANTHONY: We zullen elkaar toch nog terugzien voor ik naar Plymouth vertrek!

 

TODD: Als je dat wilt, zal je me wel vinden. In de buurt van Fleet Street, neem ik aan.


ANTHONY: Wel, tot dan, meneer Todd.


(ANTHONY loopt de straat uit, TODD staat een ogenblik alleen in gedachten en loopt dan de straat uit in tegengestelde richting)


TODD (Zingt):
In de wereld zit een kuil
Als een donker gat
Vol met menselijk vuil
Smerig vies en zat
En ’t gespuis in die kuil
Zit erin vast…


(Terwijl TODD verdwijnt, zien we de pasteiwinkel van MRS. LOVETT. Boven staat een leeg appartement dat bereikbaar is via een buitentrap. MRS. LOVETT, een kloeke, slonzige vrouw in de veertig probeert met een vuile vod vliegen van de pasteirekken te verjagen terwijl ze zingt en neuriet. Aan het einde van de straat verschijnt TODD. Hij slentert langzaam naar de winkel,terwijl hij rondkijkt alsof hij zich alles herinnert. Als hij de pasteiwinkel ziet, blijft hij even staan op afstand, staart ernaar en naar MRS. LOVETT, die net een vervaarlijk uitziend mes heeft opgepikt waarmee ze  niervet begint te hakken. Na een korte pauze begeeft TODD zich naar de winkel, aarzelt en stapt uiteindelijk binnen. MRS. LOVETT merkt hem pas op wanneer zijn schaduw haar voorbijglijdt. Ze kijkt op, mes in de lucht, waardoor hij pal blijft staan)   
 

MRS LOVETT: Een klant!


(TODD licht geschrokken, MRS. LOVETT zingt)


Wacht! Niet zo’n haast, wacht eens even


(steekt haar mes in de tafel)


Je gaf me echt –


(veegt haar hand aan haar voorschoot)


De stuipen. Ik dacht o nee een geest.
Een klein minuutje
Zit! Zet je neer!


(dwingt hem in een stoel)


Zit!
Het is alleen maar dat ik
In geen weken meer een klant zag
Kwam je hier voor een pastei, heer?


(TODD knikt. Ze stoft een pasteitje af met een vod)


Vergeef mij want ik ben ietwat in de war
UG!


(plukt iets van het pasteitje en houdt ze omhoog)


Wat is dat?
Je zou denken dat ik pest heb –


(ze gooit het op de grond en trapt er op)


Als ik zie dat de mensen


(veegt met haar vinger iets van een pasteitje)


Mij vermijden


(ziet dat het beweegt)


Nee, jij, stil!


(geeft het een klap met haar hand)


God weet dat ik probeer, heer!


(heft haar hand op, kijkt ernaar)


Eek!


(veegt het af aan de rand van de toonbank)


Maar geen kat komt zelfs even zien hier


(ze blaast het laatste stofje van de pastei terwijl ze naar hem toegaat)


Daar zijn we ermee, graag een pintje bier?


(TODD knikt)


Pas op, ik geef hen geen ongelijk


(schenkt een glas vol)


het zijn wellicht de slechtste van Londen
‘k weet wel waarom niemand toehapt
Waarom dan
Ik maak ze
Maar goed, nee 
De slechtste van Londen-

Dat is nog beleefd.
De slechtste van Londen –
Als je twijfelt, neem een beet.


(wat hij doet)


Is dat niet afgrijslijk
Geef toe ‘t is ten dode.
‘t is echt lamentabel
Drink dat, ’t is van node.


(Zet het bierglas voor zijn neus)


De slechtste van Londen -


(Vervolgens slaat ze deegbollen neer op de toonbank en rolt ze uit, herhaaldelijk hijgend tijdens de actie)


En geen wonder met de prijs van ‘t vlees
Wat het is
Als j’ eraan geraakt


(Hijgt)


Nooit


(Hijgt)


K’dacht da’k nooit de dag zou zien te denken wat een feest


(Hijgt)

Arme dier-

 

(Hijgt)


en vinden


(Hijgt)


Aan het sterven in de straat
MRS. Mooney heeft een winkel
Slijt pasteien, maar ik merkte toch iets geks-
Alle katten van de buurt zijn plots’ling weg


(haalt schouders op)


Maar ik geef het grif toe
Dat is pas
Zakendoen
Poesjes malen voor de poen
K’zou het zelf nooit doen, hoor
‘k wordt al ziek als ik er even aan denk, wel
En geloof me vrij die katjes zijn heel snel


‘t zijn nu eenmaal slechte tijden
Zelfs nog slechter dan
De slechtste van Londen.
Enkel vet en niets dan vet-


(Terwijl TODD moedig nog een mondvol probeert)


’t is echt om te kotsen
Zo vettig en gortig
En hard als de rotsen
En smaakt, wel
Naar meelei
Een dame alleen
Met niets om zich heen
En de slechtste van Londen!


(Zucht diep)


Meneer
Het is hard. Het is hard.


(Ze voltooit een van de korsten met bloem en merkt dan dat TODD moeilijkheden heeft met zijn pastei, spreekt)


Spuw maar uit, schat. Vooruit. Op de vloer. Daar liggen ergere dingen dan dat.


(Wat hij ook doet)


Flinke jongen.


TODD: Staat daar geen kamer leeg boven de winkel? Als het zo’n slechte tijden zijn, waarom verhuurt u ze niet? Dat brengt toch wat geld in de la.


MRS LOVETT: Dat daar? O, niemand wil daar komen. Mensen denken dat het behekst is. Ziet u – jaren geleden is daar iets gebeurd. Iets niet zeer mooi.


(Zingt)


Er was een kapper en zijn vrouw,
En hij was wondermooi,
Een echte artiest met een mes
Maar ze verbanden hem ver weg


(zucht)


En hij was wondermooi…


(Spreekt, muziek gaat verder)


Barker was zijn naam, Benjamin Barker.


TODD: Verbannen? Wat was zijn misdaad?


MRS LOVETT: Dwaasheid.


(Zucht)


Hij was getrouwd, ziet u,
Heerlijk dartel ding.
Vrolijk olijk wicht
Maar de deur naar geluk was potdicht
Arm wicht. Arm wicht.


(Terwijl ze zingt wordt haar verhaal uitgebeeld. Eerst zien we de mooie jonge vrouw in de lege bovenkamer ronddansen. In wat volgt naderen de rechter en zijn assistent, de BODE, het huis, en kijken wellustig naar boven. De VROUW is stil aan het naaien)

18:16 Gepost door Jean Lievens in optreden | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sweeney todd, 021 |  Facebook |